Koop dit boek op Bol.com

4 3 2 1
1 stemmen
Niveau:
GENRE: bildungsroman THEMA: coming-of-age
Tagged on:                                 



Boekbeschrijving

4 3 2 1

Het begin

According to family legend, Ferguson’s grandfather departed on foot from his native city of Minsk with one hundred rubles sewn into the lining of his jacket, traveled west to Hamburg through Warsaw and Berlin, and then booked passage on a ship called the Empress of China, which crossed the Atlantic in rough winter storms and sailed into New York Harbor on the first day of the twentieth century. While waiting to be interviewed by an immigration official at Ellis Island, he struck up a conversation with a fellow Russian Jew. The man said to him: ‘Forget the name Reznikoff. It won’t do you any good here. You need an American name for your new life in America, something with a good American ring to it.’ Since English was still an alien tongue to Isaac Reznikoff in 1900, he asked his older, more experienced compatriot for a suggestion. ‘Tell them you’re Rockefeller,’ the man said. ‘You can’t go wrong with that.’ An hour passed, then another hour, and by the time the nineteen-year-old Reznikoff sat down to be questioned by the immigration official, he had forgotten the name the man had told him to give. ‘Your name?’ the official asked. Slapping his head in frustration, the weary immigrant blurted out in Yiddish, ‘Ikh hob fargessen (I’ve forgotten)!’ And so it was that Isaac Reznikoff began his new life in America as Ichabod Ferguson.
He had a hard time of it, especially in the beginning, but even after it was no longer the beginning, nothing ever went as he had imagined it would in his adopted country. It was true that he managed to find a wife for himself just after his twenty-sixth birthday, and it was also true that this wife, Fanny, née Grossman, bore him three robust and healthy sons, but life in America remained a struggle for Ferguson’s grandfather from the day he walked off the boat until the night of March 7, 1923, when he met an early, unexpected death at the age of forty-two – gunned down in a holdup at the leather-goods warehouse in Chicago where he had been employed as a night watchman.

^ Terug naar boven



Algemeen

Archie Ferguson – in het verhaal meestal simpelweg Ferguson genoemd – is de kleinzoon van een Russische immigrant. Zijn grootvader heeft per abuis een Britse (Schotse) achternaam aangenomen, maar de familie blijft joods: niet echt religieus, maar wel behorend tot de groep joden die veelal in joodse stadswijken blijft wonen. De grootvader had weinig geluk in zijn leven (en in zijn Amerikaanse avontuur): hij kwam om bij een gewapende overval toen hij zijn werk als nachtwaker deed. De vader van Ferguson had meer geluk: hij bouwde een bedrijf op waarmee hij zijn vrouw en zoon goed kon onderhouden. De jonge Archie, enige zoon van Stanley en Rose, had daardoor een gelukkige jeugd.
Maar toch zijn er omstandigheden en personen die het leven van Ferguson beïnvloeden: een oom licht de zaak van zijn vader op, een andere oom voert nooit een steek uit in het bedrijf van de vader, een geliefde tante verhuist naar een ander deel van het land.
En die verschillende omstandigheden zorgen voor verschillende factoren die het leven van Ferguson danig beïnvloeden: hij wordt een ijverige leerling met veel vrienden en vriendinnen, hij verknoeit zijn studie, hij vereenzaamt, hij wordt een veelbelovende jonge honkballer. En dat alles omdat zijn leven een viertal verschillende richtingen uitgaat: die van de jongen met een succesvolle vader en moeder, die van de zoon met een ambitieuze moeder maar zonder vader, die van een zorgeloze en roekeloze zoon met een zorgzame moeder en een vrij onverschillige vader.
En alles is te danken aan het lot. Of aan God? Of aan een toeval dat ervoor zorgt dat Ferguson wordt wie hij worden moet: met of zonder vader. Met of zonder geloof: in zichzelf, in anderen of in God. Met of zonder vrienden en vriendinnen …

^ Terug naar boven

Boekinformatie

ERK Niveau:
C1

Schrijver:
Paul Auster

Jaar van uitgave:
2017

Aantal pagina's:
866

Tijd waarin het verhaal zich afspeelt:
1947-1974

Plaats van handeling:
USA (voornamelijk Newark en New York City) en Frankrijk (Parijs)

Bijzonderheden:
Een roman in 7 genummerde hoofdstukken.
Alle hoofdstukken zijn onderverdeeld in 4 sub-hoofdstukken: 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4, enzovoort. Elk sub-hoofdstuk beschrijft een deel van het leven van een Archie Ferguson.

^ Terug naar boven


Het boek - onderwerp

IS HET BOEK VOOR JOU INTERESSANT?

Als je houdt van de romans van Paul Auster, dan zul je ‘4 3 2 1’ zeker kunnen waarderen. Het verhaal oogt op het eerste gezicht als een gewone (maar zeer kloeke) roman over een joods jongetje wiens leven wij volgen van zijn geboorte tot aan ongeveer zijn zevenentwintigste jaar. Maar dan komt de typische Paul Auster-twist: het is niet één jongetje, maar het lijken vier te zijn – elk jongetje leeft een ander leven, afhankelijk van de omstandigheden waarin hij opgroeit.

WAT MOET JE WETEN?

De roman ‘4 3 2 1’ begint als een ‘gewone’ coming-of-age-roman over een jongen, Archie Ferguson, die we volgen van zijn kindertijd tot aan zijn volwassenheid. Maar daarna wordt het een typisch Paul Auster-verhaal: over welke Ferguson lezen we hier eigenlijk? Er is immers nog een Ferguson. En nog één. En nog één …
Bij elk hoofdstuk realiseren we ons dat er niet één waarheid is: er zijn wel vier. Of misschien nog wel meer …


Het boek - Moeilijkheid

DE TAAL

De woorden en de zinnen in ‘4 3 2 1’ zijn van een pittig niveau: Paul Auster veronderstelt intelligente en ontwikkelde lezers. Maar een groter probleem dan het mogelijk lastige vocabulaire wordt gevormd door de alinea’s en de hoofdstukken: die zijn regelmatig heel lang.
Er zijn veel dialogen.

DE TAAL EN HET VERHAAL

De taal van de roman ‘4 3 2 1’ is soms moeilijk. Het leesproces kan nog lastiger worden gemaakt door de lange zinnen (soms wel een pagina lang), de lange alinea’s en de vaak lange hoofdstukken.
Maar het meest lastige – en tegelijkertijd het meest uitdagende – is het verhaal: of eigenlijk zijn het vier verhalen (met soms verhalen in verhalen). Als lezer denk je een verhaal over één persoon te lezen: Archie Ferguson (meestal gewoon ‘Ferguson’ genaamd). Die Ferguson volgen wij een hoofdstuk later opnieuw. Maar dan blijken er feiten af te wijken; een vader heeft een succesvol bedrijf of juist niet, een nicht is in een volgend hoofdstuk geen nicht maar een stiefzus of een minnares, een personage bedriegt de zaak terwijl hij dat elders niet doet, een jongen raakt gewond – of hij overlijdt zelfs …
Heel lastig zo nu en dan. Maar een zeer boeiende uitdaging voor een lezer die meer verwacht van een literaire roman dan een simpel verhaaltje.
Op basis van deze eigenschappen is ‘4 3 2 1’ een boek met een literair niveau C 6a en een taal-(ERK-)niveau C1.


Schrijfstijl:

De roman ‘4 3 2 1’ is heel afwisselend geschreven: literair, mysterieus, breedsprakig, dramatisch, grappig, ernstig, expliciet, hilarisch, hartverscheurend – vaak bepaald door het gedrag van ‘de’ Ferguson die we volgen. Het lijkt alsof Mr. Auster in deze zeer lijvige roman (zeker voor zijn doen) alle literaire kunstjes uit zijn trukendoos heeft gehaald om op die manier tot een zeer intrigerend geheel te komen.


Het boek - het verhaal

Actie:

De roman ‘4 3 2 1’ is een verhaal met tamelijk veel actie. Het verhaal lijkt eerst enigszins moeizaam op gang te komen, maar dat is het gevolg van het feit dat er veel over de familie van Ferguson verteld moet worden. Zodra dat is uitgelegd, beginnen de intriges – en vanaf dat moment zijn er regelmatig ook dramatische wendingen in het verhaal.

Tijd:

‘4 3 2 1’ speelt zich af in de jaren 1947 tot en met 1974. Je zou kunnen zeggen dat de beschreven periode overeenkomt met het leven van de jonge auteur Paul Auster: net als de hoofdpersonen werd ook hij geboren in 1947 en ook hij groeide op en werd volwassen in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw. Die tijd wordt het meest belicht: de naoorlogse periode waarin de burgers van de USA hun land opbouwden en een zekere mate van welvaart konden bereiken. Er is veel aandacht voor film, muziek en politiek. We horen over de zwart-wit films van Laurel en Hardy en de Marx Brothers en de spektakelfilms van Cecil B. DeMille en John Huston – en later ook veel over de Franse films uit die jaren. Ferguson luistert naar Bach en Beethoven, maar ook naar John Coltrane, Billie Holiday en The Beatles. De familie volgt het nieuws over de oorlog in Europa en Azië (de Tweede Wereldoorlog) en die in Vietnam, maar ook over de moorden op de Kennedy’s en op Martin Luther King. Het zijn de jaren van wederopbouw, maar ook van demonstraties, rassenrellen en politieke onrust. Er is veel aandacht voor de studentenonlusten in de jaren zestig op Amerikaanse universiteiten.
Het verhaal speelt over een periode van een jaar of dertig en het wordt chronologisch verteld, met de nodige flashbacks.
Wat heel afwijkend is aan deze roman is dat de verschillende tijdsperioden in vier versies worden beschreven: wat verteld wordt is telkens een periode uit het leven van (Archie) Ferguson, maar dan telkens vanuit het perspectief van een ‘andere’ Archie Ferguson.

Plaats:

De setting van ‘4 3 2 1’ is vooral de regio rond de steden Newark en New York City. Hoewel sommige scenes zich elders in de USA afspelen (zoals in een summer camp ergens in Massachusetts, een vakantiehuis in Vermont, een huis van familie in Californië, een stad in het noorden van New York) vinden veel gebeurtenissen plaats in Weequahic, een joodse wijk in de stad Newark (NJ), in East Orange (NJ) en in Manhattan (New York City).
Ook woont en werkt (een) Ferguson lange tijd in Parijs. Eerst logeert Ferguson een tijdje met Amy in de Franse hoofdstad – later krijgt hij de kans om bij een vriendin van zijn stiefvader, Vivian Schreiber, te wonen (maar dat is dan weer een andere Ferguson …).

Verhaallijn:

Er is één belangrijke verhaallijn in ‘4 3 2 1’: hoe zal het leven van de jonge (Archie) Ferguson verlopen? En, daarop aansluitend, welke Archie Ferguson is dat eigenlijk?

Verteller:

De roman ‘4 3 2 1’ heeft een auctoriale verteller. Deze vertelt het verhaal – meestal – vanuit het perspectief van de jongen en de adolescent Ferguson. Maar welke ‘Ferguson’ dat is, blijft telkens een vraag.


Het boek - de karakters

Hoofdkarakters:

De hoofdkarakters in ‘4 3 2 1’ zijn:
• (Archie) Ferguson: een jongen die we volgen vanaf zijn geboorte (of eigenlijk daarvoor al) tot aan zijn zevenentwintigste (in sommige gevallen). Hij is een kleinzoon van een geëmigreerde Russische jood (Isaac Reznikoff); de zoon van een hardwerkende vader (een ondernemer) en een creatieve moeder (een fotografe). Het verwarrende is dat deze Ferguson door allerlei omstandigheden iemand anders wordt: een ijverige leerling, een drop-out, een drankverslaafde, een briljante schrijver, een getalenteerde sportman, een teleurgestelde jon-gen met een handicap;
• Rose Ferguson née Adler: de moeder van Archie. Zij komt uit een gegoede New Yorkse joodse familie. Zij werkte vóór haar huwelijk bij een fotograaf; later begint ze haar eigen fotozaak waar ze haar eigen foto’s publiceert en verkoopt;
• Stanley Ferguson: de vader van Archie. Hij komt uit een vrij arm gezin, één van de drie zoons van een arme Russische immigrant. In tegenstelling tot zijn broers weet hij een succesvol bedrijf op te bouwen door keihard te werken en door alles op te offeren voor zijn bedrijf. Hij begint een winkel in meubels (‘3 Brothers Home World’, ‘Stanley’s TV & Radio’) en later een winkel die radio’s en TV’s repareert. Weer een aantal jaren later exploiteert hij een tennishal waarin ’s zomers en ’s winters getennist kan worden.

Bijfiguren:

De belangrijkste bijfiguren in ‘4 3 2 1’ zijn:
• Ichabod (‘Ike’) Ferguson: een Russische immigrant (eigenlijk: Isaac Reznikoff) die in 1900 naar de USA emigreert. Hij krijgt allerlei baantjes, onder andere als nachtwaker in een pakhuis voor leren kleding in Chicago;
• Fanny Ferguson née Grossman: de echtgenote van Ike. Zij overleeft haar man en wordt een ietwat kwaadaardige en nukkige moeder en oma;
• Louis (Lew) Ferguson: de oudste zoon van Ike en Fanny. Een gokverslaafde man die weinig van zijn leven weet te maken;
• Aaron (Arnold) Ferguson: de tweede zoon van Ike en Fanny. Een nogal luie en vrij domme man;
• Millie: de vrouw van Lew. Hun kinderen zijn Andrew en Alice;
• Joan: de vrouw van Arnold. Hun kinderen zijn Jack, Frances (Francie) en Ruth;
• Francie: de favoriete nicht van Ferguson. Zij trouwt later met Gary, met wie ze twee kinderen krijgt;
• Mildred: de oudere zus van Rose. Zij is mooi en zeer intelligent. Zij gaat studeren en wordt later hoogleraar in de literatuur (in Chicago, in Berkeley, Californië). Ze heeft niet altijd even succesvolle relaties met verschillende mannen;
• Paul Sandler: een vriend en (lange tijd) een minnaar van Mildred;
• Vrienden van Ferguson: Bobby George (vanaf hun kindertijd de beste vriend van Ferguson – een beetje een domme, maar heel trouwe vriend), Michael Timmerman, Noah Marx (de ‘stiefzoon’ van Mildred, een goede vriend van Ferguson), Artie Federman, Andy Cohen, Brian Mischevski, Howard Small (een studiegenoot van Ferguson op Princeton), Billy Best en Bo Jainard (bevriende uitgevers);
• Vriendinnen van Ferguson: Anne-Marie Dumartin (een Belgische meid die met haar ouders een tijd in de USA woont), Isabel Kraft, Alice Abrams, Rachel Minetta, Margaret (‘Maggie’) O’Mara, Dana Rosenbloom (een mooie Zuid-Afrikaanse die sinds kort in de USA woont), Celia Federman (de zus van Artie), Mary Donohue, Lynn Eberhardt;
• Gilbert (Gil) Schneiderman: de zoon van de eigenaar van de fotozaak waar Rose Ferguson werkt. Hij is gehuwd en heeft twee dochters, Margaret en Ella; later is hij weduwnaar. Hij schrijft over en doceert klassieke muziek;
• Dan Schneiderman: de broer van Gil, een aardige man die (met moeite) de kost verdient met schilderen;
• Amy Schneiderman: de kleindochter van de eigenaar van de fotozaak, de nicht van Gil. Een goede vriendin van Ferguson. Ferguson ziet haar vaak als zus, maar nog vaker als potentiële geliefde;
• Vivan Schreiber: een vriendin van Gil van vroeger, een weduwe die Ferguson met zijn familie in Parijs ontmoet;
• Sydney Fillbanks: een vriendin van Mildred in Californië;
• Julie: een prostituee uit ‘Mrs. M’s appartement’;
• The Rosenblooms: de familie van Dana: Mrs. Rosenbloom, Mr. Rosenbloom, hun dochters Bella en Leslie;
• Arnie Frazier: een verhuizer die Ferguson aan een zomerbaantje helpt;
• De familie van Artie Federman: Mr. Ralph en Mrs. Shirley Federman en hun dochter Celia;
• Andrew Fleming: een hoogleraar in de geschiedenis die doceert aan de universiteit van Columbia;
• Professor Robert Nagle: een hoogleraar literatuur aan Princeton;
• Mrs. Evie Monroe: een favoriete docente Engels van Ferguson die zijn manuscripten leest en van commentaar voorziet;
• Aubrey Hull: een Britse uitgever van literaire werken;
• Albert Dufresne: een Afro-Canadese man die een tijd in Parijs woont;
• Luther Bond: een vriend van Amy, een getalenteerde zwarte student;
• Medewerkers van een krant uit Rochester, NY: Carl McManus (hoofdredacteur), Dunlap en Pittman (redacteurs), Gianelli (fotograaf) Nancy Sperone (journalist), Hallie Doyle (stagiaire).


Het boek - verder

Film:

De roman ‘4 3 2 1’ is niet verfilmd.

Overig:

Zoals vaker bij Paul Auster, zijn karakters soms niet helemaal wie ze lijken te zijn. Dat is in ‘4 3 2 1’ zeer zeker het geval. De (Archie) Ferguson uit hoofdstuk 1.1 is een andere dan die uit hoofdstuk 1.2, die weer anders is dan die uit hoofdstuk 1.3 of 1.4. En omdat die Ferguson vier keer iemand lijkt te zijn, zijn de relaties met familie en vrienden meestal ook anders. Soms overlijdt een familielid, soms is een nicht bij een andere Ferguson een geliefde leeftijdgenoot, soms is een sportieve en briljante student in in een ander hoofdstuk een stijve hark die bovendien geen zin heeft om zich geestelijk in te spannen. Zijn beste vriendin Amy is soms zijn halfzuster, soms zijn geliefde. Dat geldt voor meer karakters: er zijn personages/karakters/namen die in meerdere hoofdstukken met meerdere Fergusons in contact komen (Howard Small, Andrew Fleming).
Heel verwarrend allemaal, maar wel heel boeiend: het leven loopt soms anders dan je zou verwachten – en dat heeft weer invloed op de mensen rondom een karakter.


^ Terug naar boven


Auteur en Werken

Informatie over Paul Auster.


^ Terug naar boven

Meer

Leessuggesties:

Als je dit een mooi boek vond, zou je ook kunnen lezen:
The Plot Against America van Philip Roth
11/22/63 van Stephen King
TransAtlantic van Colum McCann


Citaat:
One of the things about being himself, Ferguson had discovered, was that there seemed to be several of him, that he wasn’t just one person but a collection of contradictory selves, and each time he was with a different person, he himself was different as well. (p.241)

Vragen over het boek:

1. Welke rol spelen de broers van Stanley – Lew en Arnold – in dit verhaal?
2. Waarom is Mildred heel belangrijk voor Ferguson? En wanneer en waarom verliest ze haar rol in het leven van Ferguson?
3. Amy Schneiderman speelt meerdere rollen in dit verhaal. Wat is het belang van die verschillende rollen voor de hoofdpersoon Archie Ferguson?
4. De verteller verklaart aan het eind van de roman veel over de vier Fergusons. Wat vertelt hij? Wat vind je van de uitleg die hij geeft?



^ Terug naar boven