Koop dit boek op Bol.com

Charlie and the Chocolate Factory
3 stemmen
Niveau:
GENRE: fairy tale THEMA: family matters
Tagged on:             



Boekbeschrijving

Charlie and the Chocolate Factory

Het begin

These two very old people are the father and mother of Mr Bucket. Their names are Grandpa Joe and Grandma Josephine.
And these two very old people are the father and mother of Mrs Bucket. Their names are Grandpa George and Grandma Georgina.
This is Mr Bucket. This is Mrs Bucket.
Mr and Mrs Bucket have a small boy whose name is Charlie Bucket.
This is Charlie.
How d'you do? And how d'you do? And how d'you do again?
He is pleased to meet you.
The whole of this family – the six grownups (count them) and little Charlie Bucket – live together in a small wooden house on the edge of a great town.
The house wasn't nearly large enough for so many people, and life was extremely uncomfortable for them all. There were only two rooms in the place altogether, and there was only one bed. The bed was given to the four old grandparents because they were so old and tired. They were so tired, they never got out of it.
Grandpa Joe and Grandma Josephine on this side, Grandpa George and Grandma Georgina on this side.
Mr and Mrs Bucket and little Charlie Bucket slept in the other room, upon mattresses on the floor.
In the summertime, this wasn't too bad, but in the winter, freezing cold drafts blew across the floor all night long, and it was awful.
There wasn't any question of them being able to buy a better house – or even one more bed to sleep in. They were far too poor for that.
Mr Bucket was the only person in the family with a job. He worked in a toothpaste factory, where he sat all day long at a bench and screwed the little caps onto the tops of the tubes of toothpaste after the tubes had been filled. But a toothpaste cap-screwer is never paid very much money, and poor Mr Bucket, however hard he worked, and however fast he screwed on the caps, was never able to make enough to buy one-half of the things that so large a family needed. There wasn't even enough money to buy proper food for them all. The only meals they could afford were bread and margarine for breakfast, boiled potatoes and cabbage for lunch, and cabbage soup for supper. Sundays were a bit better. They all looked forward to Sundays because then, although they had exactly the same, everyone was allowed a second helping.
The Buckets, of course, didn't starve, but every one of them – the two old grandfathers, the two old grandmothers, Charlie's father, Charlie's mother, and especially little Charlie himself – went about from morning till night with a horrible empty feeling in their tummies.
Charlie felt it worst of all. And although his father and mother often went without their own share of lunch or supper so that they could give it to him, it still wasn't nearly enough for a growing boy. He desperately wanted something more filling and satisfying than cabbage and cabbage soup. The one thing he longed for more than anything else was ... CHOCOLATE.

^ Terug naar boven



Algemeen

Charlie Bucket woont met zijn ouders en vier grootouders in een armoedig huisje. De familie heeft heel weinig geld. Toch zijn ze gelukkig met elkaar. Ze hebben net genoeg te eten. En elk jaar krijgt Charlie op zijn verjaardag zijn favoriete cadeau: een chocoladereep.
Op een dag wordt bekendgemaakt dat de directeur van de grote chocoladefabriek die vlak bij het huis van Charlie staat, vijf toegangsbewijzen in chocoladerepen heeft verstopt. Wie zo’n kaart vindt mag een dag in de chocoladefabriek rondkijken, rondgeleid door de directeur, Mr Willy Wonka. Bovendien krijgt de familie hun leven lang gratis chocolade. Vier kinderen vinden zo’n toegangsbewijs, omdat hun rijke ouders heel, heel veel repen kopen. Charlie krijgt op zijn verjaardag ook een reep maar daar zit niets in. Dan vindt hij een munt en daarmee koopt hij weer een reep en … ja hoor, daar zit een toegangsbewijs in. Charlie mag nu ook naar de fabriek. En zijn opa Joe (96 jaar oud) wil graag mee.
In de fabriek leidt Mr Wonka de kinderen en hun ouders (en opa Joe) rond. Ze kijken hun ogen uit. Mr Wonka heeft allerlei nieuwe soorten snoep bedacht en hij heeft er ook machines bij uitgevonden. Alles wordt gemaakt door speciaal personeel, de kleine maar heel ijverige Oompa-Loompa’s. Mr Wonka heeft dit personeel omdat hij niet wil dat anderen zijn uitvindingen zullen overnemen.
De volwassen bezoekers en Charlie zijn erg onder de indruk. Maar de verwende kinderen zijn dat niet zo. Ze willen van alles uitproberen, proeven en hebben. Maar als ze dat doen gaat er van alles mis …

^ Terug naar boven

Boekinformatie

ERK Niveau:
A2

Schrijver:
Roald Dahl

Jaar van uitgave:
1964

Aantal pagina's:
190

Tijd waarin het verhaal zich afspeelt:
1950 – 1960

Plaats van handeling:
Een stad ergens in de USA

Bijzonderheden:
Met illustraties van Quentin Blake; het boek heeft ook een aantal humoristische gedichten (over snoepen en over televisiekijken, bijvoorbeeld)

^ Terug naar boven


Het boek - onderwerp

IS HET BOEK VOOR JOU INTERESSANT?

Het kinderboek ‘Charlie and the Chocolate Factory’ is een spannend en heel grappig boek voor jonge lezers. Alles lijkt verkeerd te gaan: Charlie lijdt armoede met zijn familie, verwende kinderen krijgen wat ze maar willen hebben, kinderen verdwijnen in de chocoladefabriek, maar uiteindelijk komt alles op tijd op zijn pootjes terecht.

WAT MOET JE WETEN?

Voor ‘Charlie and the Chocolate Factory’ hoef je niet veel specialistische kennis te hebben. Je moet alleen veel inlevingsvermogen hebben om de enorme fantasie van Roald Dahl te kunnen volgen. Zijn verhaal blijft spannend en humoristisch van begin tot eind.


Het boek - Moeilijkheid

DE TAAL

Moeilijke woorden in ‘Charlie and the Chocolate Factory’ worden verduidelijkt door verhelderende tekeningen. Ook geeft Roald Dahl vaak synoniemen voor woorden, zodat altijd duidelijk is wat er bedoeld wordt met een moeilijk woord.

DE TAAL EN HET VERHAAL

‘Charlie and the Chocolate Factory’ is nergens een moeilijk boek om te lezen. De woorden zijn soms wel eens moeilijk voor een A2-lezer, maar Roald Dahl geeft bij moeilijke woorden heel vaak synoniemen. Daarnaast worden moeilijke situaties en moeilijke woorden vaak verduidelijkt met tekeningen van Quentin Blake.
Op grond van deze eigenschappen is ‘Charlie and the Chocolate Factory’ een boek met een literair niveau A 1c en een taal-(ERK-)niveau A2.


Schrijfstijl:

Roald Dahl is een geweldig boeiende schrijver, waarschijnlijk de belangrijkste kinderboekenschrijver van de twintigste eeuw. Zijn boeken zitten vol vreemde wendingen (twists), vol avonturen en vol humor. Dat geldt ook voor ‘Charlie and the Chocolate Factory’, een boek dat al in 1964 geschreven werd, maar dat nog steeds grappig en spannend is.


Het boek - het verhaal

Actie:

‘Charlie and the Chocolate Factory’ is een verhaal vol actie. Allereerst is er de spanning van de toegangsbewijzen: zal Charlie een ticket uit de loterij winnen zodat hij naar de fabriek mag? Daarna is er elk hoofdstuk wel iets aan de hand in de fabriek van Mr Wonka: er wordt een machine gedemonstreerd, er wordt chocolade gemaakt, of er verdwijnt een kind.

Tijd:

Een tijd wordt niet genoemd in ‘Charlie and the Chocolate Factory’, maar het zal ergens in de jaren 1960-1970 zijn.
Het verhaal wordt chronologisch verteld. Het hele avontuur duurt een paar dagen. Er zijn geen flashbacks. Wel wordt er een verhaal over Willy Wonka van vroeger verteld.

Plaats:

‘Charlie and the Chocolate Factory’ speelt zich af in een stad. Waarschijnlijk is het ergens in de Verenigde Staten, maar het land of de stad wordt nergens genoemd. Het verhaal speelt zich af in het huis van Charlie en in de fabriek van Mr Willy Wonka. Het land waar alles gebeurt is waarschijnlijk de USA, omdat dat land en haar president met name genoemd worden in het vervolg op dit boek, Charlie and the Great Glass Elevator.

Verhaallijn:

Er is één verhaallijn in ‘Charlie and the Chocolate Factory’: kan Charlie een ticket krijgen voor de chocoladefabriek en wat krijgt hij daar dan te zien?

Verteller:

‘Charlie and the Chocolate Factory’ heeft een alwetende verteller. Soms levert die verteller commentaar op wat er aan de hand is. Zo vertelt hij over de armoede van de familie Bucket of over de verwende kinderen die met Charlie de fabriek bezoeken.


Het boek - de karakters

Hoofdkarakters:

De hoofdkarakters in ‘Charlie and the Chocolate Factory’ zijn:
• Charlie Bucket: een 9-jarige jongen. Hij komt uit een armoedig, maar vrolijk gezin;
• Grandpa Joe: de 96-jarige (en favoriete) opa van Charlie;
• Mr Willy Wonka: de eigenaar van de chocoladefabriek. Hij is een uitvinder van allerlei soorten snoep en allerhande machines om die soorten snoep te maken.

Bijfiguren:

‘Charlie and the Chocolate Factory’ kent een aantal bijfiguren. Het zijn:
• Mr Bucket: de vader van Charlie. Hij werkt een tijdlang in een tandpastafabriek waar hij doppen op de tubes draait. Later wordt de fabriek gesloten en wordt hij werkloos;
• Mrs Bucket: de moeder van Charlie. Zij zorgt heel goed voor haar huisgenoten;
• Grandma Josephine: de oma van Charlie. Zij woont net als de andere oma en de opa’s bij Charlie in huis en ligt de hele dag met de andere grootouders in een groot bed;
• Grandpa George: de andere opa van Charlie;
• Grandma Georgina: de andere oma van Charlie;
• Augustus Gloop: een gulzige en verwende jongen;
• Mike Teavee: een TV-verslaafde jongen;
• Violet Beauregarde: een kauwgum etend, verwend meisje;
• Veruca Salt: een zeer verwend meisje;
• De ouders van Augustus, Mike, Violet en Veruca;
• Oompa-Loopas: kleine wezentjes die voor Mr Wonka werken in de chocoladefabriek.


Het boek - verder

Film:

‘Charlie and the Chocolate Factory’ is meerdere malen verfilmd,  met in de hoofdrollen Gene Wilder (1971), Johnny Depp en Christopher Lee (1985).

Overig:

‘Charlie and the Chocolate Factory’ was de inspiratie voor een radiohoorspel, een musical, TV-bewerkingen, een computergame, een film en een themapark.


^ Terug naar boven


Auteur en Werken

Informatie over Roald Dahl.


^ Terug naar boven

Meer

Leessuggesties:

Als je dit een mooi boek vond, zou je ook kunnen lezen:
• Charlie and the Great Glass Elevator van Roald Dahl
• ‘Groosham Grange’ van Anthony Horowitz
• A Series of Unfortunate Events (Book I) – A Bad Beginning van Lemony Snicket


Citaat:
‘Delighted to meet you! Overjoyed! Enraptured! Enchanted! All right! Excellent! Is everybody in now? Five children? Yes? Good! Now will you please follow me! Our tour is about to begin! But do keep together! Please don’t wander off by yourselves! I shouldn’t like to lose any of you at this stage of the proceedings! Oh, dear me, no! (p.83)

Vragen over het boek:

1. Waarom heb je als lezer weinig medelijden met de kinderen die verdwijnen?
2. Hoe voeden de ouders van Charlie, van Violet, van Mike en van Veruca hun kind eigenlijk op? Kun je een voorbeeld van elk van zo’n opvoeding geven?
3. Wat vind je van de band die Mr Willy Wonka met de Oompa-Loompas heeft?
4. Waarom is de chocoladefabriek van Mr Willy Wonka zo bijzonder? Geef een drietal voorbeelden waarin die fabriek afwijkt van ‘gewone’ snoepfabrieken.



^ Terug naar boven