Koop dit boek op Bol.com

It
1 stemmen
Niveau:
GENRE: horror THEMA: coming-of-age
Tagged on:                             



Boekbeschrijving

It

Het begin

The terror, which would not end for another twenty-eight years - if it ever did end - began, so far as I know or can tell, with a boat made from a sheet of newspaper floating down a gutter swollen with rain.
The boat bobbed, listed, righted itself again, dived bravely through treacherous whirlpools, and continued on its way down Witcham Street toward the traffic light which marked the intersection of Witcham and Jackson. The three vertical lenses on all sides of the traffic light were dark this afternoon in the fall of 1957, and the houses were all dark, too. There had been steady rain for a week now, and two days ago the winds had come as well. Most sections of Derry had lost their power then, and it was not back on yet.
A small boy in a yellow slicker and red galoshes ran cheerfully along beside the newspaper boat. The rain had not stopped, but it was finally slackening. It tapped on the yellow hood of the boy's slicker, sounding to his ears like rain on a shed roof ... a comfortable, almost cozy sound. The boy in the yellow slicker was George Denbrough. He was six. His brother, William, known to most of the kids at Derry Elementary School (and even to the teachers, who would never have used the nickname to his face) as Stuttering Bill, was at home, hacking out the last of a nasty case of influenza. In that autumn of 1957, eight months before the real horrors began and twenty-eight years before the final show-down, Stuttering Bill was ten years old.

^ Terug naar boven



Algemeen

Als de verkouden Bill Denbrough een bootje maakt voor zijn zesjarige broertje George, wordt deze gegrepen door een clown die George vanuit het riool roept. Na de dood van George zweert Bill wraak: hij zal deze clown, dit ultieme kwaad dat de mensen in het stadje Derry bedreigt, zoeken en doden. Daarbij roept hij de hulp in van zijn vrienden.
Die vrienden worden ‘The Losers’ genoemd. Ze zijn elkaars vrienden geworden omdat ze iets afwijkends hebben: ze zijn hyperactief (Richie), ze stotteren (Bill), ze zijn te dik (Ben), ze zijn arm of mishandeld (Beverly), zij zijn zwart (Mike), joods (Stan) of astmatisch (Eddie). Ze wijken in elk geval genoeg af van de norm om door andere stadsgenoten – zoals de groep van Henry Bowers – gepest te worden.
Al snel komt Bill erachter dat het pesten in Derry niet zo maar gebeurt. Er hangt een nare sfeer in de stad, een sfeer die verpest wordt door het water dat vanuit de grond door het ruige speelterrein de Barren stroomt. Iets verontreinigt daar niet alleen de natuur, maar ook de mensen.
Bill en de zijnen slagen erin het kwaad – ‘It’ – terug te dringen. Maar niet voor altijd. Als de Losers later ieder hun eigen weg zijn gegaan naar plaatsen en steden ver weg van Derry (zoals Los Angeles, Chicago, Atlanta, New York City, Nebraska of Engeland) om daar een succesvolle carrière na te jagen, komt het kwaad terug in Derry. De enige van de vrienden die er nog woont, de bibliothecaris Mike Hanlon, belt de anderen op. En ze besluiten (bijna allemaal) om terug te keren. Zeer tegen hun zin weliswaar, maar ze zullen nu voor eens en voor altijd 'It' moeten vinden en vernietigen.

^ Terug naar boven

Boekinformatie

ERK Niveau:
B2

Schrijver:
Stephen King

Jaar van uitgave:
1986

Aantal pagina's:
1116

Tijd waarin het verhaal zich afspeelt:
1990-2000

Plaats van handeling:
USA, Maine, het denkbeeldige stadje Derry

Bijzonderheden:
Een kloeke roman in 5 delen en een epiloog; elk van de delen is opgedeeld in meerdere hoofdstukken en subhoofdstukken

^ Terug naar boven


Het boek - onderwerp

IS HET BOEK VOOR JOU INTERESSANT?

De roman ‘It’ is een zeer beroemd horrorverhaal, waarschijnlijk één van de bekendste van Stephen King en hoogstwaarschijnlijk één van de beroemdste horrorverhalen van de twintigste eeuw. Het verhaal gaat over het ultieme kwaad (dat voor veel mensen een andere vorm kan aannemen), een kwaad dat al eeuwenlang een bepaald gebied in de Amerikaanse staat Maine teistert. Juist op deze plaats – waar nu het stadje Derry ligt – komt het kwaad met regelmatige tussenpozen weer naar boven en het zet mensen aan tot haat, geweld en moord.
Als je echt wilt griezelen en je bent niet benauwd voor de nodige dosis horror en geweld, dan is de roman ‘It’ vast iets voor jou.

WAT MOET JE WETEN?

Voor het waarderen van de roman ‘It’ is het handig wanneer je bekend bent met de schrijfstijl en het werk van King. Hij gaat – volgens eigen zeggen – altijd voor de grote gebaren; King brengt niet elke zeven jaar ‘a slim volume of poetry’ uit, maar hij gaat er jaarlijks vol tegenaan met een dikke roman (soms met meerdere per jaar, de korte verhalen niet meerekend). Hij schuwt grof geweld en schuttingtaal in zijn romans niet en hij roeit soms heel steden en families uit in zijn romans. Dat is in ‘It’ niet anders. Maar wat de roman zo boeiend en zo ontroerend maakt, is niet die horror, die taal of dat geweld,. Het zijn vooral de plot, de setting en de karakters die de roman indrukwekkend maken. Stephen King weet met ‘It’ een heel originele plot te creëren (wie/wat is het kwaad, waar komt het vandaan, hoe is het te bestrijden?). Daarnaast heeft hij de setting van een klein, bijna gezellig stadje bedacht; alles gebeurt in een stadsdeel, in een wijk waar wij ook hadden kunnen wonen. En de karakters zijn subliem. De gepeste archetypische jongeren: de stotterende puber, het mishandelde meisje, de zwarte gediscrimineerde kansloze, het miezerige joodse jongetje met het brilletje, de armen, de kanslozen. Kortom: ‘The Losers’. Deze getormenteerde, maar dappere karakters maken het verhaal tot een onvergetelijk geheel.


Het boek - Moeilijkheid

DE TAAL

De woorden en de zinnen in ‘It’ zijn niet echt moeilijk te noemen. Stephen King spreekt zeker de taal van de jongeren; hij was misschien wel één van de eerste schrijvers die de kloof dichtte tussen literatuur en jongeren. Zijn karakters kennen hun popmuziek en hun films en ze weten waar Abraham Sara (en indien nodig Hagar) kan vinden. King neemt nooit een blad voor de mond; maar hij gebruikt schuttingtaal zonder er een al te plat verhaal van te maken.
De alinea’s en hoofdstukken zijn vaak kort. Er zijn veel dialogen. De roman is enorm dik, maar er zijn veel delen, veel hoofdstukken, veel subhoofdstukken en veel witregels.

DE TAAL EN HET VERHAAL

Qua taal is ‘It’ een begrijpelijk geheel met de nodige hoofdstukken, subhoofdstukken en delen. De woorden zijn niet erg moeilijk en de taal is zeer toegankelijk. Er zijn heel veel alinea’s en vele dialogen. De taal is vol suspense en humor, maar ook met de nodige ontroerende (en zelfs sentimentele) elementen.
Ook het verhaal is heel boeiend. ‘It’ is een enorm mysterie dat onoplosbaar lijkt (en het eigenlijk ook is …). King schrijft zijn verhaal met heel veel cliffhangers. Wel is het – ook na zo veel jaar – een harde roman: mensen worden soms rücksichtslos afgeslacht of gemarteld. Een waarschuwing is hier daarom op zijn plaats.
Op basis van deze eigenschappen is ‘It’ een boek met een literair niveau C 5b en een taal-(ERK-)niveau B2.


Schrijfstijl:

Stephen King is een zeer populaire schrijver: één van de meest geliefde schrijvers van de twintigste eeuw (en zeker één van de best verkopende …). Dat komt omdat hij een goed  verhaal (in de klassieke traditie van Charles Dickens en Emily Brontë) meestal weet te koppelen aan een ijzingwekkende spanning (in de klassieke traditie van verhalenvertellers als Edgar Allan Poe en Ray Bradbury), daarbij gebruik makend van humor, sentiment en actualiteit. De roman ‘It’ is hiervan een perfect voorbeeld.


Het boek - het verhaal

Actie:

De roman ‘It’ is een verhaal met zeer veel actie. Die actie is in de vorm van geweld, bedreigingen, achtervolgingen, ontvoeringen en moorden. Dus regelmatig nogal heftig.

Tijd:

De horrorroman ‘It’ speelt zich af in de jaren 1957-1958 en in de jaren 1984-1985. Het verhaal wordt  verteld vanuit het ‘nu’ (1985), maar er zijn zeer uitgebreide flashbacks naar de vijftigerjaren van de twintigste eeuw; jaren waarin ‘It’ zich voor het eerst overduidelijk in het stadje Derry manifesteerde.

Plaats:

De plaats waar de roman ‘It’ zich vrijwel geheel afspeelt, is het denkbeeldige stadje Derry in de Noord-Amerikaanse staat Maine.

Verhaallijn:

Er is één belangrijke verhaallijn in ‘It’: hoe kan het ultieme kwaad – ‘It’ – bestreden en vernietigd worden?

Verteller:

De roman ‘It’ heeft een auctoriale verteller, die het verhaal vaak beschrijft vanuit het karakter van Bill Denbrough. Maar heel vaak kiest deze auctoriale verteller ook het perspectief van andere hoofdkarakters – zoals Mike of Beverly, bijvoorbeeld.
Overigens begint de roman zeer verrassend met een ik-verteller, die verder niet terugkomt in het verhaal …


Het boek - de karakters

Hoofdkarakters:

De hoofdkarakters in ‘It’ zijn:
• William (‘Bill’) Denbrough, ook bekend als ‘Stuttering Bill’ of ‘Big Bill’: de 37-jarige man die op zijn 10e jaar zijn broertje George verliest. De organisator van de vriendengroep ‘The Losers’; later wordt hij schrijver;
• Richard (‘Richie’) Tozier (‘Trashmouth’): de bijziende imitator. Hij heeft een humoristische manier van spreken (en hij kan veel stemmen nadoen), waarbij hij regelmatig teksten uit de popmuziek citeert; later wordt hij een beroemde DJ
• Benjamin (‘Ben’) Hanscom (‘Haystack’): de dikke lezer en de technische man van de vriendengroep; later wordt hij ontwerper;
• Beverly Marsh (‘Bevvie’): het mooie roodharige meisje van de groep, belaagd door velen (onder andere door haar vader);
• Michael (‘Mike’) Hanlon (‘Mikey’): de zwarte boerenjongen. Hij is rustig en altijd betrouwbaar; later wordt hij bibliothecaris;
• Edward (‘Eddie’) Kaspbrak (‘Eds’): de astmatische pessimist, die overal met zijn inhaler rondloopt; later eigenaar van een taxibedrijf;
• Stan Uris (‘Stan the Man’): de natuurliefhebber (vogelaar), het joodse jongetje dat ziekelijk schoon en opruimerig is; later wordt hij accountant
• ‘It’: de clown Pennywise, maar vooral een karakter dat allerlei vormen kan aannemen: een weerwolf, een seriemoordenaar, een vampier, een roofdier.

Bijfiguren:

De belangrijkste bijfiguren in ‘It’ zijn:
• Bad guys (maar leeftijdgenoten), zoals Henry Bowers, Victor (‘Vic’) Criss, Reginald (‘Belch’) Huggins, Eddie Corcoran, Peter Gordon, Moose Sadler, Gard Jagermeyer en Patrick  Hockstetter;
• Andere bad guys, zoals John Webber Garton, Stephen Bishoff Dubay en Christopher Philip Unwin;
• Gepeste stadsgenoten, zoals de homoseksuelen Dan Hagarty en Adrian Mellon;
• Stadsgenoten zoals Will Hanlon (de vader van Mike), Alvin Marsh (de vader van Beverly), de winkelier Mr. Norbert Keene;
• Vroegere stadsgenoten zoals George Denbrough (het jonge broertje van Bill), Claude Heroux (een houthakker), Richard (‘Dick’) Hallorann (de kok in het leger, de vriend en vertrouweling van Danny Torrance in Kings roman The Shining);
• Latere vrienden, aangetrouwden en bekenden van de ‘Losers’, zoals Audra Phillips (de vrouw van Bill Denbrough), Tom Rogan (de man van Beverly) en Kay McCall (de beste vriendin van Beverly).


Het boek - verder

Film:

De roman ‘It’ is meerdere malen (vaak met veel succes) verfilmd, zowel voor de bioscoop als voor de TV.

Overig:

De horrorroman ‘It’ is door de jaren heen één van de populairste romans van Stephen King gebleven. Het is de ultieme griezelroman: een kloeke roman waar het kwaad continu andere vormen (karakters, wezens, situaties) lijkt aan te nemen. ‘It’ is dan ook het kwaad zelf. En dat kan voor ieder mens iets anders zijn: een vampier, een weerwolf, een monster, een levensgevaarlijk of angstaanjagend dier, maar ook een levensbedreigende kennis of ouder of een ultieme pestkop.
En soms is het inderdaad een clown …

 


^ Terug naar boven


Auteur en Werken

Informatie over Stephen King.


^ Terug naar boven

Meer

Leessuggesties:

Als je dit een mooi boek vond, zou je ook kunnen lezen:
• Something Wicked This Way Comes van Ray Bradbury
• By the Light of the Moon van Dean Koontz
• The Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde van Robert Louis Stevenson


Citaat:
The Plains Indians called it a ‘manitou’, which sometimes took the shape of a mountain-lion or an elk or an eagle. These same Indians believed that the spirit of a Manitou could sometimes enter them, and at these times it was possible for them to shape the clouds themselves into representations of those animals for which their houses had been named. (p.664)

Vragen over het boek:

1. Waarom denk je dat King zijn roman in twee tijden (de jaren ’50 en ’80 van de vorige eeuw) laat spelen?
2. Leg uit wat ‘the Standpipe’ is.
3. Wat hebben ‘the eye’, ‘the Counterforce’, ‘the turtle’ en ‘the clown’ met elkaar te maken?
4. In hoeverre heeft de roman een bevredigend eind voor de lezer? In welk opzicht is dat niet zo?



^ Terug naar boven