Koop dit boek op Bol.com

The Man who Was Magic
2 stemmen
Niveau:
GENRE: fantasy THEMA: fairy tale
Tagged on:             



Boekbeschrijving

The Man who Was Magic

Het begin

The stranger, dusty and travel-stained, accompanied by the small mop of a dog at his heels, emerged from the cool darkness of the woods where they had spent the night and paused for a moment in wonder at the first sight of their goal, Mageia, the magical city.
Perched upon a crag, seen from the valley below with its stone wall and towers, battlements, spires and turrets rising above, shining in the early morning sunlight, it gave the impression of an island floating in the sky. Before proceeding up the winding pathway that climbed to the foot of the great bronze gates, the stranger wondered whether perhaps it was no more than the grandest illusion created by the world’s illusionists who lived there.
‘Look, Mopsy,’ he said, addressing his dog, 'there it is! Do you suppose it’s real?’
‘Well,’ the dog replied, ‘as long as we’ve come this far, why don’t we go the rest of the way and find out?’ He was one of those small, close-to-the-ground shaggy affairs, so hairy, in fact, that it was difficult to locate the dog part of him. When one looked one felt that somewhere beneath the cascade of fringe there was the suspicion of a pair of bright eyes and a black button nose and sometimes the hint of a pink tongue. But one certainly could not be sure where his body ended and his legs began, or how much of his tail was tail and how much was him.
The dog, however, was no ordinary one for he was able to talk. Or, at least, so the aspiring young magician who was his master claimed and up to that time no one had ever taken the trouble to prove that he couldn’t.

^ Terug naar boven



Algemeen

In de stad Mageia wonen heel veel tovenaars: goochelaars, magiërs, illusionisten en andere kenners van toverkunsten. Eén keer per jaar houden ze een wedstrijd waarbij er nieuwe tovenaars bij een wedstrijd worden geselecteerd. De allerbeste magiër mag toetreden tot ‘the Guild of Magicians’.
De stad raakt in rep en roer wanneer er een nieuwe kandidaat in de stad komt. Het is Adam. Hij heeft blijkbaar geen achternaam en geen bijnaam – daarom noemt men hem ‘Adam the Simple’. Hij komt uit een gebied van achter de bergen, lopend – en dat kan natuurlijk niet. Hij draagt geen goochelaarskleren (jassen met extra zakken en hoge hoeden of ruime handschoenen) en hij heeft geen goochelattributen – en dat kan dus al helemaal niet …
Maar wat hij wel kan is echt toveren … En dat ontdekken de goede en kwade magiërs al snel. Het wordt ontdekt door het verdrietige meisje Jane, dat van haar ouders niet goochelen mag. En het wordt ontdekt door de mislukte goochelaar Ninian, die nu dankzij de hulp van Adam plotseling ook trucjes met succes kan uitvoeren. En dat ontdekken tenslotte de burgemeester The Great Robert (die altijd nieuwe trucjes zoekt) en de kwade magiër Malvolio the Mighty (die niemand enig succes gunt en die eigenlijk zelf het liefste de baas van de stad wil worden).
Het is de vraag of Adam bestand is tegen al dat onbekende en al dat kwaad om hem heen. Gelukkig heeft hij altijd zijn sprekende hond Mopsy nog …

^ Terug naar boven

Boekinformatie

ERK Niveau:
B2

Schrijver:
Paul Gallico

Jaar van uitgave:
1966

Aantal pagina's:
191

Tijd waarin het verhaal zich afspeelt:
Een fantasietijd

Plaats van handeling:
Een fantasieplaats: een stad, Mageia, geheten

Bijzonderheden:
Een sprookje in 20 getitelde hoofdstukken. De roman is geïllustreerd. De subtitel van het boek is: ‘A Fable of Innocence’.

^ Terug naar boven


Het boek - onderwerp

IS HET BOEK VOOR JOU INTERESSANT?

De jeugdroman ‘The Man who Was Magic’ is een modern sprookje, een fabel met een les voor de lezer. Het gaat om goed en kwaad, om gewoon doen en dikdoenerij, om eerlijk zijn en om bedrog plegen.
Als je van magische verhalen houdt, dan is dit wellicht een geschikt boek voor jou.

WAT MOET JE WETEN?

Voor het waarderen van ‘The Man who Was Magic’ heb je geen specifieke kennis nodig. Het verhaal speelt zich af op een denkbeeldige plaats: een stad waar allemaal tovenaars wonen. Maar deze tovenaars blijken uiteindelijk allemaal gewone goochelaars te zijn: niet echte magiërs, maar artiesten die trucjes hebben geleerd.
Ondanks het feit dat dit een verhaal over toveren en over magie is, is het een boek met een tamelijk christelijke boodschap: de echt wonderbaarlijke dingen zie je in de natuur, daar hoef je echt geen trucjes voor te leren.


Het boek - Moeilijkheid

DE TAAL

De woorden en de zinnen in ‘The Man who Was Magic’ zijn van een pittig niveau. Een sprookje lijkt te suggereren dat het een verhaal voor kinderen is, maar schijn bedriegt: de taal is zeker niet geschikt voor kinderen (vanwege de moeilijke woorden en de vaak ingewikkelde zinnen.
De alinea’s en de hoofdstukken zijn van een normale lengte en er zijn veel dialogen.

DE TAAL EN HET VERHAAL

De taal van ‘The Man who Was Magic’ is behoorlijk moeilijk. Het boek is al wat ouder (1966) en Paul Gallico schreef eigenlijk voornamelijk voor volwassenen (en dat is hier ook te merken).
Het verhaal is een fabel met een les voor elke lezer. Hoe belangrijk is het wanneer je tovertrucjes of goocheltrucjes beheerst en wat is echt goochelen en echt toveren eigenlijk? Het blijkt dat de echte tovenaar de meest bescheiden persoon is en dat de eigenwijze magiërs vaak jokkebrokken, oplichters of bedriegers zijn.
Op basis van deze eigenschappen is ‘The Man who Was Magic’ een boek met een literair niveau B 3d en een taal-(ERK-)niveau B2.


Schrijfstijl:

Het sprookje ‘The Man who Was Magic’ is heel mooi geschreven. Het is een duidelijk verhaal met een mooie les. Maar de taal kan voor veel lezers een struikelblok zijn: de woorden en de zinnen zijn regelmatig  moeilijk.


Het boek - het verhaal

Actie:

Het sprookje ‘The Man who Was Magic’ is een verhaal met veel actie. Zodra de magiër Adam the Simple het stadje van de goochelaars betreedt, rollen we van het ene avontuur in het andere. En die avonturen zijn meestal grappig, soms ernstig en soms zelfs met een dodelijke afloop.

Tijd:

‘The Man who Was Magic’ speelt zich af in een sprookjestijd. Het lijkt een soort Middeleeuwen te zijn: een ommuurde stad met stadspoorten. Maar de trucs van de goochelaars doen wel vrij modern aan.
Het verhaal wordt chronologisch verteld en het duurt in zijn geheel een paar dagen.

Plaats:

De setting van ‘The Man who Was Magic’ is de stad Mageia, een stad waar de beste goochelaars van het land wonen. Het hele verhaal speelt zich af in deze stad of vlak buiten de muren.

Verhaallijn:

Er is één belangrijke verhaallijn in ‘The Man who Was Magic’: zal het gilde van de goochelaars Adam als één van hen erkennen?

Verteller:

De roman ‘The Man who Was Magic’ heeft een alwetende verteller.


Het boek - de karakters

Hoofdkarakters:

De hoofdkarakters in ‘The Man who Was Magic’ zijn:
• Adam (a.k.a. ‘Adam the Simple’): een magiër uit de regio Gilmour die de goochelaarsstad Mageia bezoekt. Over zijn verleden is vrijwel niets bekend. Hij is altijd vriendelijk en hij helpt als het kan iedereen;
• Mopsy: de sprekende hond van Adam. Soms lijkt het alsof Mopsy slimmer is dan zijn baas en dat hij gevaren eerder ziet dan Adam;
• Jane Robert: de 11-jarige dochter van de burgemeester. Graag zou ze ook leren goochelen, maar haar ouders en haar broer hebben niet veel vertrouwen in haar capaciteiten.

Bijfiguren:

De belangrijkste bijfiguren in ‘The Man who Was Magic’ zijn:
• Mr Robert (a.k.a. ‘The Great Robert’): de burgemeester van de stad Mageia. Hij is verder ‘Chief Magician and Head of the Guild of Master Magicians’ – en daarom de belangrijkste goochelaar van de stad;
• Mrs Robert: de vrouw van de burgemeester. Niet echt een aardige vrouw;
• Peter Robert: de 15-jarige zoon van de burgemeester. Hij gaat ervan uit dat hij zijn vader later zal opvolgen en dat hij net zo’n belangrijke tovenaar zal worden als zijn vader was;
• Fussmer the Fabulous: the town clerk, degene die beslist welke goochelaar mag meedoen aan de goochelwedstrijden;
• Ninian the Nonpareil: een mislukte goochelaar die al heel vaak heeft geprobeerd om tot het gilde van tovenaars te worden toegelaten;
• Malvolio the Mighty: een kwaadaardige, onbetrouwbare goochelaar;
• Wang Fu, Abdul Hamid, Rajah Punjab, Dante the Dazzling, Frascati the Fantastic, Zerbo the Matchless, Professor Alexander, Mephisto the Mysterious, Boldini the Brilliant, Saladin the Stupendous en The Gate-keeper: andere goochelaars en magiërs;
• Anderen: inwoners van Mageia, kandidaat-tovenaars, de conciërge van het museum, elektriciens, medewerkers van het theater en van het orkest.


Het boek - verder

Film:

‘The Man who Was Magic’ is niet verfilmd.

Overig:

De subtitel van ‘The Man who Was Magic’ is ‘A Fable of Innocence’. Die subtitel is belangrijk: het gaat er in dit verhaal om wie echt onschuldig is en hoe je het beste die onschuld kunt bewaren. Zo is het moeilijk voor het meisje Jane en voor de mislukte goochelaar Ninian om hun onschuld te bewaren terwijl het zo verleidelijk is om de hulp van een echte tovenaar voor je eigen succes te gebruiken.


^ Terug naar boven


Auteur en Werken

Informatie over Paul Gallico.


^ Terug naar boven

Meer

Leessuggesties:

Als je dit een mooi boek vond, zou je ook kunnen lezen:
The Earthsea Quartet, Book IV: Tehanu van Ursula Le Guin
Harry Potter (Book I) and the Philosopher’s Stone van J.K. Rowling
I Shall Wear Midnight van Terry Pratchett


Citaat:
Standing at one end, trembling, lank hair and moustaches drooping and his pale face wet with perspiration, was Ninian. And to Mopsy’s horror, as the little dog now pressed his ear to the keyhole, the magician was saying: ‘I’ll tell you everything you want to know. I’m not a real magician, honest. I’m not. I’m not even a good unreal magician. I swear I had nothing to do with it. It was Adam. He’s magic.’ (p.133)

Vragen over het boek:

1. Waarom wordt er zo weinig verteld over de plek waar Adam vandaan komt?
2. Wie hebben het voorzien op Adam en waarom willen ze hem juist dwarszitten?
3. Wat heeft Jane uiteindelijk geleerd van Adam?
4. Kan de hond Mopsy echt praten? Waarom denk je dat?



^ Terug naar boven