In My Father’s Court

Niveau:
Genre: non-fiction
Thema: religion

Getagd op:
Verkrijgbaar bij bol.com

SNEL NAAR...





Het begin

There are in this world some very strange individuals whose thoughts are even stranger than they are.
In our house in Warsaw – No.10 Krochmalna Street – and sharing our hallway, there lived an elderly couple. They were simple people. He was an artisan, or perhaps a peddler, and their children were all married. Yet the neighborhood said that, despite their advanced years, these two were still in love. Every Sabbath afternoon, after the cholent, they would go for a walk arm in arm. In the grocery, at the butcher’s – wherever she shopped – she spoke only of him: ‘He likes beans … he likes a good piece of beef …. He likes veal …’ There are women like that who never stop talking about their husbands. He, in turn, also would say at every opportunity, ‘My wife’.
My mother, daughter of generations of Rabbis, frowned upon the couple. To her such behavior was a sign of commonness. But after all, love – especially between an elderly couple – cannot be dismissed so easily.
Suddenly there was a rumor that shocked everyone: the old couple were going to be divorced!
Krochmalna Street was in an uproar. What did this mean? How could it be? Young women wrung their hands: ’Mamma, I’m going to be ill! I feel faint!’ Older women proclaimed: ‘It is the end of the world.’ The angry ones cursed all men: ‘Well now, aren’t men worse than beasts?’ Soon the street was aroused by an even more outrageous report: they were getting the divorce so that the old sinner could marry a young girl.

© Farrar, Straus & Giroux, Inc. / Fawcett Crest, 1962.



^ Terug naar boven

Algemeen

De jonge Isaac groeit op bij zijn broers, zus en ouders in een armoedige wijk in de Poolse stad Warschau. Ze kwamen van het platteland waar de moeder opgroeide als kind van een beroemde rabbi en waar de vader studeerde bij simpele rabbi’s om ook een rabbi te kunnen worden. Een rabbi wordt hij inderdaad, maar het is moeilijk om in je levensonderhoud te kunnen voorzien wanneer je inkomsten komen uit giften van een arme groep gelovigen die alleen betalen voor rechtskundige en religieuze adviezen – en niet of nauwelijks voor preken of begrafenisdiensten. De vader van Isaac blijft echter vasthoudend: hij studeert de hele dag en vragen om hulp of adviezen ziet hij als lastige interrupties bij zijn religieuze plicht als dienaar van de Master of the Universe (een naam voor God - die nooit bij naam genoemd mag worden).
Isaac kijkt met ontzag naar zijn vader. Hij helpt hem waar hij kan en hij doet klusjes voor zijn moeder en hoopt dat hij in de wijk soms eens een paar centen (kopeken) kan verdienen voor het gezin. Daarnaast is hij razend nieuwsgierig naar alle bezoekers die zijn vader krijgt.
In korte verhalen vertelt Isaac over zijn kunstzinnige, kritische broer, over zijn slimme, maar gehoorzame moeder, over zijn gedienstige, plichtsgetrouwe vader, over zijn chassidische buren en vriendjes en over de goddeloze buitenwereld.



^ Terug naar boven

Boekinformatie

ERK Niveau:
B2

Schrijver:
Isaac Bashevis Singer

Jaar van uitgave:
1962

Aantal pagina's:
287

Tijd waarin het verhaal zich afspeelt:
1910-1920

Plaats van handeling:
Polen, Warschau

Bijzonderheden:
De non-fictiebundel bestaat uit 49 impressies.
In het Nederlands heet het boek ‘Het hof van mijn vader’.




^ Terug naar boven

Het boek - onderwerp

IS HET BOEK VOOR JOU INTERESSANT?

Het non-fictieboek ‘In My Father’s Court’ is een mooie verzameling jeugdherinneringen van de Pools-Amerikaanse schrijver Isaac Bashevis Singer. Hij werd geboren in de buurt van de stad Warschau. Al jong verhuisde hij naar Warschau waar zijn vader een schamel inkomen had als onbelangrijke joodse rabbi. Voor de liefhebbers van joodse verhalen is dit een prachtig, respectvol verhaal over het leven in een strenggelovig joods (Chassidisch) gezin.


WAT MOET JE WETEN?

‘In My Father’s Court’ gaat over de jaren 1910-1920 in Polen. Het land werd bezet door meerdere mogendheden: Russen, Duitsers, Oostenrijkers. De nauwelijks politiek-geïnteresseerde joden leefden zo goed en zo kwaad als het ging – maar meestal in armoede.
Singer en zijn familie zijn chassidische joden: een strenge geloofsgemeenschap die zich aan alle wetten van de Thora en Talmoed houdt: mannen en vrouwen trouwen niet uit liefde, echtparen hebben uitsluitend gemeenschap om kinderen te baren, het leven hier op aarde is een tranendal, mannen dragen pijpenkrullen, een mutsje en een hoed, vrouw zijn kaal en dragen een pruik, vlees eet je niet met melk samen … en duizenden andere wetten, zeden en gebruiken. Kortom: een zwaar leven. Maar vol liefde beschreven door de (later vrijzinnige) jood Singer.





^ Terug naar boven

Het boek - Moeilijkheid

DE TAAL

De woorden en de zinnen in ‘In My Father’s Court’ zijn nergens moeilijk. De Jiddische woorden (yamulka, cholent, Pesach, Kohen, enzovoort) worden meestal wel duidelijk uit de context. De zinnen zijn vaak kort en bondig, evenals de alinea’s.
De verhalen zijn kort en er zijn veel – en vaak humoristische – dialogen.


DE TAAL EN HET VERHAAL

Wat taal betreft is ‘In My Father’s Court’ heel toegankelijk.
Dat zijn de verhalen ook zeker. Ze zullen een niet-jood versteld doen staan: dit is een bijzonder strenge geloofsgemeenschap (de Chassidische joden zijn nog te zien in steden als Jeruzalem, New York en Antwerpen) die zich ondanks alle ellende heeft gehandhaafd. Isaac Bashevis Singer onttrok zich later aan de strenge wetten en gebruiken en hij emigreerde naar de USA, waar hij als ‘gewone’ jood leefde. Maar de ervaringen van zijn jeugd bleven hem zijn hele leven inspiratie geven voor de mooiste verhalen.
Op basis van deze eigenschappen is ‘In My Father’s Court’ een boek met een literair niveau C 4d en een taal-(ERK-)niveau B2.


Schrijfstijl:

‘In My Father’s Court’ is prachtig geschreven. Met veel gevoel voor ironie en met veel warmte voor een wereld waartoe de schrijver al lang niet meer behoorde. De verhalen zijn heel kort en ze geven een mooi beeld van mensen en hun tekortkomingen (die heel vaak niets met het geloof te maken hebben).





^ Terug naar boven

Het boek - het verhaal

Actie:

De non-fictiebundel ‘In My Father’s Court’ bevat verhalen met een beperkte hoeveelheid actie. Toch mis je dat gebrek aan actie niet: de verhalen zijn vermakelijk genoeg, ook zonder spectaculaire gebeurtenissen.


Tijd:

‘In My Father’s Court’ speelt zich af in de jaren 1910-1920. Het is een tijd van grote armoede en onzekerheid in Polen: het land werd bezet door Russen, Duitsers en Oostenrijk (en door hun bondgenoten, zoals Serviërs, Tsjechen en Bosniërs).


Plaats:

De setting van ‘In My Father’s Court’ is voornamelijk de Poolse hoofdstad Warschau.


Verhaallijn:

Er zijn veel verschillende verhaallijnen in ‘In My Father’s Court’.


Verteller:

De bundel ‘In My Father’s Court’ heeft een ik-verteller, wat soms zorgt voor een onbetrouwbaar perspectief.





^ Terug naar boven

Het boek - de karakters

Hoofdkarakters:

De hoofdkarakters in ‘In My Father’s Court’ zijn:
• Isaac (Isec-Hersz) Zinger: een joodse jongen die met zijn familie in Warschau woont. Isaac is leergierig en vriendelijk, maar hij is ook nieuwsgierig. Jarenlang doet hij zijn best om veel te leren: zowel uit religieuze werken als uit wereldse (en ‘dus slechte’) literatuur;
• Rabbi (Pinhos-Mendel) Zinger: een Chassidische rabbi. Hij studeert religieuze werken, hij predikt, hij houdt trouw- en rouwdiensten en hij spreekt (religieus) recht in zijn ‘rabbinical court, ‘Beth Din’. Dat ‘court’ is maar simpel: het is de studeerkamer van de rabbi, een eenvoudig studeervertrek. Ondanks zijn vele studeren (hij leest en schrijft Hebreeuws) spreekt de Rabbi uitsluitend Jiddisch, geen Pools of Russisch (laat staan Duits);
• Rebbetzin Bathseba (‘Bashevis’) Zinger: de moeder van Isaac. Zij is de vrouw van de rabbi (een ‘Rebbetzin’), een slimme vrouw, de (klein)dochter van een reeks belangrijke rabbi’s. Ondanks haar grote intelligentie gehoorzaamt ze haar man blindelings;
• Hinde Esther Zinger: de oudere zus van Isaac. Zij wordt al snel uitgehuwelijkt en verhuist naar haar man en diens familie in Antwerpen, België;
• Israel Joshua Zinger: de oudere broer van Isaac. Hij is een artistieke, belezen knaap, die het liefst kunstenaar zou willen worden;
• Moishe Zinger: de jongste broer van Isaac. Hij speelt slechts een kleine rol in de verhalen.


Bijfiguren:

De belangrijkste bijfiguren in ‘In My Father’s Court’ zijn:
• Medebewoners van de straat in Warschau waar Isaac met zijn familie woont, zowel Chassidische Joden als ongelovigen (‘Gentiles’);
• Familieleden en dorpsgenoten in Bilgoray, het dorp waar Isaac een tijdje woont.





^ Terug naar boven

Het boek - verder


Film:

De verhalen uit de bundel ‘In My Father’s Court’ zijn niet verfilmd.


Overig:

‘In My Father’s Court’ is een non-fictieboek met de jeugdherinneringen van de joodse schrijver Isaac Bashevis Singer. Het beschrijft de jeugd van de schrijver, van ongeveer zijn tiende tot zijn vijftiende jaar.




^ Terug naar boven

Auteur en Werken

Link naar pagina over auteur
-->Informatie over Isaac Bashevis Singer.

Auteur:

Werken:




^ Terug naar boven

Meer

Leessuggesties:

Als je dit een mooi boek vond, zou je ook kunnen lezen:
The Fixer van Bernard Malamud
Wanderings van Chaim Potok
Everything Is Illuminated van Jonathan Safran Foer


Citaat:
But for me the experience as novel, an introduction to a non-Jewish world. Between Ostrzego’s studio and the disinfecting station, the heder, Father’s courtroom, and the study-house lost their attraction for me … (p.244)

Vragen over het boek:

1. Waaruit blijkt het grote geloof (of de ongelovigheid) van sommige inwoners van de straat waar Isaac woont? Geef een drietal voorbeelden.
2. Isaac reist met zijn moeder en broertje naar het dorp Bilgoray. Waarom maken ze die reis?
3. Analyseer het karakter van de moeder van Isaac.
4. Analyseer het karakter van de rabbi, de vader van Isaac.





^ Terug naar boven

No Comments

Leave a reply