3/5 - (1 stemmen)

Goodbye to All That

Niveau:
Genre: war
Thema: war (WW I)

Getagd op:
Verkrijgbaar bij bol.com

SNEL NAAR...





Het begin

As a proof of my readiness to accept autobiographical convention, let me at once record my two earliest memories. The first is being loyally held up at a window to watch a procession of decorated carriages and waggons for Queen Victoria’s Diamond Jubilee in 1897 (this was at Wimbledon, where I had been born on July 24th, 1895). The second is gazing upwards with a sort of despondent terror at a cupboard in the nursery, which stood accidentally open, filled to the ceiling with octavo volumes of Shakespeare. My father had organized a Shakespeare reading circle. I did not know until long afterwards that this was the Shakespeare cupboard but, apparently, I already had a strong instinct against drawing-room activities. And when distinguished visitors came to the house, such as Sir Sidney Lee with his Shakespearean scholarship, or Lord Ashbourne, not yet a peer, with his loud talk of ‘Ireland for the Irish’, and his saffron kilt, or Mr Eustace Miles the English real-tennis champion and vegetarian with his samples of exotic nuts, I knew all about them in my way.
Nor had I any illusions about Algernon Charles Swinburne, who often used to stop my perambulator when he met it on Nurses’ Walk, at the edge of Wimbledon Common, and pat me on the head and kiss me: he was an inveterate pram-stopper and patter and kisser. Nurses’ Walk lay between ‘The Pines’, Putney (where he lived with Watts-Dunton), and the Rose and Crown public house, where he went for his daily pint of beer; Watts-Dunton allowed him twopence for it and no more. I did not know that Swinburne was a poet, but I knew that he was a public menace. Swinburne, by the way, when a very young man, had gone to Walter Savage Landor, then a very old man, and been given the poet’s blessing he asked for; and Landor when a child had been patted on the head by Dr Samuel Johnson; and Johnson when a child had been taken to London to be touched by Queen Anne for scrofula, the King’s evil; and Queen Anne when a child….

© Jonathan Cape / Cassell/ Penguin Books, 1929/1957/1960.



^ Terug naar boven

Algemeen

De Britse auteur Robert Graves schrijft zijn autobiografie al op zijn vijfendertigste. De reden daarvoor is dat hij de Eerste Wereldoorlog heeft meegemaakt en hij weet: erger dan dit zal het nooit worden …
Voordat hij zijn oorlogservaringen beschrijft vertelt hij over zijn familie en zijn jeugd. Geboren in een gezin met tien kinderen (vijf halfbroers en –zussen en vijf ‘echte’ broers en zussen) groeit hij op in behoorlijke welvaart: zijn vader heeft een goede baan en beide ouders zijn van goede komaf. De grootouders van de verteller komen uit verschillende delen van Groot-Brittannië (en zelfs Europa): Engeland, Ierland, Wales, Schotland en Beieren (Duitsland). Die Duitse voorouders (Roberts moeder heet Von Ranke) zorgen later voor de nodige argwaan bij de vaderlandslievende Britten.
Robert gaat naar meerdere public schools waar hij traumatische ervaringen heeft: (hevige) pesterijen, vechtpartijen, discriminatie en seksueel getinte stoeipartijen.
Wanneer de oorlog uitbreekt in 1914 gaat Robert Graves vrijwillig in dienst. Zijn afkomst zorgt ervoor dat hij officier zal worden. Maar de kans dat een militair (van welke rang dan ook) lang zal leven is minimaal: militairen om Graves heen sneuvelen – bij tientallen of honderdtallen tegelijk …
Op een onderkoelde toon beschrijft Robert Graves zijn jarenlange ervaringen in de loopgraven, ervaringen die zullen leiden tot een afkeer van alles wat militair, chauvinistisch Brits of schijnheilig is.



^ Terug naar boven

Boekinformatie

ERK Niveau:
B2

Schrijver:
Robert Graves

Jaar van uitgave:
1929

Aantal pagina's:
282

Tijd waarin het verhaal zich afspeelt:
1900-1930

Plaats van handeling:
GB (Engeland, Wales), Duitsland (Beieren), Frankrijk (het noorden), Egypte (Cairo).

Bijzonderheden:
Een autobiografische roman in 32 genummerde hoofdstukken.
In het Nederlands heet de roman ‘Dat hebben we gehad’.




^ Terug naar boven

Het boek - onderwerp

IS HET BOEK VOOR JOU INTERESSANT?

De autobiografie ‘Goodbye to All That’ beschrijft het eerste deel van het leven van de Engelse schrijver Robert Graves, met name de tijd waarin hij als officier vocht in de Eerste Wereldoorlog. Robert Graves vertelt over die afschuwelijke periode: de loopgravenoorlog zorgde voor enorm veel doden, zowel bij de Engelsen, Canadezen, Zuid-Afrikanen en Duitsers, als bij de Franse burgers.
Verder schrijft Mr Graves over zijn tijd als leerling op een public school: een tijd die voor hem zeer zwaar was, al was het alleen al vanwege de vele pesterijen die er plaatsvonden. Tenslotte schrijft hij over Egypte, waar hij korte tijd als docent werkte.


WAT MOET JE WETEN?

‘Goodbye to All That’ gaat over een verschrikkelijke periode in Europa: de Wereldoorlog die van 1914 tot 1918 duurde. Hele gebieden, compleet met landerijen, vee,  dorpen en steden in Frankrijk en België werden voor langere tijd vernield – en er waren miljoenen doden (en nog veel meer gewonden) aan beide kanten te betreuren.





^ Terug naar boven

Het boek - Moeilijkheid

DE TAAL

De taal van ‘Goodbye to All That’ is heel toegankelijk. Mr Graves schrijft nauwkeurig en met veel gevoel over wat hij heeft meegemaakt tijdens de Eerste Wereldoorlog. Toch is het nergens een spectaculair of sensationeel verhaal geworden: er zit veel onderkoelde humor en ironie in het verhaal.
De alinea’s en de hoofdstukken zijn van een gemiddelde lengte.


DE TAAL EN HET VERHAAL

Qua taal is de roman goed te begrijpen.
Dat geldt zeker ook voor het verhaal zelf. Het is een wrang verhaal over het harde onderwijssysteem op de Britse public schools (compleet met homoseksuele relaties en ‘bullying’) en – vooral – over de gruwelen van de loopgraven in de Eerste Wereldoorlog.
Op basis van deze eigenschappen is ‘Goodbye to All That’ een boek met een literair niveau C 4c en een taal-(ERK-)niveau B2.


Schrijfstijl:

De autobiografische roman is mooi geschreven: onderkoeld, vol ironie en soms sarcasme, met veel humor en tragiek tegelijkertijd.





^ Terug naar boven

Het boek - het verhaal

Actie:

‘Goodbye to All That’ bevat een verhaal met vrij veel actie.


Tijd:

De gebeurtenissen in de autobiografie spelen zich af in de jaren 1900-1925.


Plaats:

De setting van ‘Goodbye to All That’ is meerdere plaatsen: Groot-Brittannië (Londen, Wimbledon, Wales, Oxford), Duitsland (Beieren), het front in Frankrijk en Egypte (Cairo).


Verhaallijn:

Er is één belangrijke verhaallijn in ‘Goodbye to All That’: wat maakt de ik-verteller allemaal mee in zijn jonge leven?


Verteller:

De autobiografie heeft een ik-verteller wat soms zorgt voor een onbetrouwbaar perspectief.





^ Terug naar boven

Het boek - de karakters

Hoofdkarakters:

Het hoofdkarakter in ‘Goodbye to All That’ is:
• Robert Graves: de ik-verteller, een Engelse jongeman van goede komaf, geboren in 1895. Hij vertelt over zijn ouders en (Britse, Duitse en Ierse) grootouders, over zijn (public) schooltijd en over datgene wat zijn leven enorm beïnvloedde: de Eerste Wereldoorlog. Zijn autobiografie schrijft hij in 1929. Hij dient lange tijd in het Engelse leger in Frankrijk als luitenant en later als kapitein. Graves heeft al jong ambities om schrijver te worden: al vóór zijn militaire dienst schrijft hij gedichten en publiceert hij zijn eerste werk.


Bijfiguren:

De belangrijkste bijfiguren in ‘Goodbye to All That’ zijn:
De ouders en grootouders van Robert Graves:
• Mr Graves: de vader van Robert, een al iets oudere weduwnaar die een aantal jaren vijf kinderen opvoedde. Hij is schoolinspecteur van meerdere scholen in Londen. Met zijn gezin woont hij in Wimbledon;
• Mrs von Ranke Graves: de moeder van Robert, een godvruchtige vrouw die haar man eveneens vijf kinderen baart (Mr Graves is dus de vader van tien kinderen);
• De broers en zussen van Robert, zoals Rosaleen, Perceval, Clarissa, Dick en Mollie;
• Leopold von Ranke en zijn familie: de grootvader van Robert van moeders kant, een familie die in de buurt van München woonde. De grootvader ging in 1854 naar Londen, hij diende in het Britse leger en hij trouwde met een Engelse jongedame;
• Bishop Graves: de grootvader van Robert van vaders kant, een Protestantse bisschop uit Limerick (Ierland);
• Mrs Graves: de oma van Robert, een vrouw uit Aberdeen (Schotland).
Op public schools:
• Personeel en leerlingen van Robert scholen in Wimbledon, Wales, Rugby en Sussex: Nevill Barbour, Raymond Rodakowski, ‘Dick’ (de beste vriend van Robert), George Mallory; de docenten ‘Gosh’ Parry en Geoffrey Young.
In Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog:
Militairen:
• General: Pinney;
• Company Commanders: Moodie, Cuthbert;
• Colonels: Crawshay, Ford, Stockwell, ‘Buzz Off’, Jones-Williams;
• Major: Currie;
• Captains: Dunn, Miller, Walker, Jenkins, Price, Furber, Charles Sorley;
• Lieutenants: Frank Jones-Bateman, Robertson, Hanmer Jones, Hill, Henry, Choate, Richardson, Pritchard, David Tomas, Edmund Dadd, Roberts;
• Sergeants: Eastmond, Company Quartermaster-Sergeant Finnigan, Smith, Dickens, Meredith;
• Lance-Corporal: Baxter;
• Adjutant: ‘Tibs’ Crabshaw;
• Quartermasters: Joe Cotterell, Yates;
• Privates: James Blurford, William Bumford, Beaumont, Challoner;
• Valets: Fry, Fahy (‘Tottie Faye’);
• Militaire arts: Dr Dunn;
• Siegfried Sassoon: een (later beroemd geworden) dichter met wie Robert Graves bevriend raakt.
In Oxford en andere plaatsen in Engeland:
• Professor Colonel Stenning, Don J.V. Powell, Wilfred Childe, Thomas Erpe, G.N. Clark, Percy Simpson, Edmund Blunden, Robert Bridges, Dr Gilbert Murray, Robert Nichols, Vachel Lindsay;
• Auteurs die Robert in Oxford leert kennen: Aldous Huxley, Lytton Strachey, Bertrand Russell, H.G. Wells, Arnold Bennett, John Galsworthy, Ivor Novello, A.A. Milne, Wilfred Owen, T.H. Lawrence, Ezra Pound, Thomas Hardy, Walter de la Mare, T.S. Eliot, Edith Sitwell;
• Nancy Nicholson: een vriendin van Robert Graves, een meisje met wie hij op zijn 22e trouwt (wanneer de oorlog afgelopen is). Nancy is een feministe die al jong een baantje heeft als illustratrice;
• Daisy: de dienstmeid van Robert Graves, kind van een bedelaar;
• William Beckley: een edelman uit een dorp bij Oxford.





^ Terug naar boven

Het boek - verder


Film:

‘Goodbye to All That’ is niet verfilmd.


Overig:

‘Goodbye to All That’ is de autobiografie van Robert Graves, een boek dat hij 1929 op vijfendertigjarige leeftijd (!) schreef: het lange leven dat hij daarna zou leiden werd altijd beïnvloed door de Eerste Wereldoorlog, die voor hem – net als voor miljoenen anderen – traumatisch zou blijven.




^ Terug naar boven

Auteur en Werken

Link naar pagina over auteur
-->Informatie over Robert Graves.

Auteur:

Werken:




^ Terug naar boven

Meer

Leessuggesties:

Als je dit een mooi boek vond, zou je ook kunnen lezen:
Return of the Brute van Liam O’Flaherty
Strange Meeting van Susan Hill
Mr Mac and Me van Esther Freud


Citaat:
The remainder of this story, from 1926 until today, is dramatic but unpublishable. Health and money both improved, marriage wore thin. New characters appeared on the stage. Nancy and I said unforgivable things to each other. We parted on May 6th, 1929. She, of course, insisted on keeping the children. So I went abroad, resolved never to make England my home again; which explains the ‘Goodbye to All That’ of this title. (p.279)

Vragen over het boek:

1. Welke nadelen ondervindt Robert Graves van zijn (gedeeltelijk) Duitse afkomst?
2. Welke indruk krijg je van de officieren met wie Graves in contact komt?
3. Hoe staan de Fransen in het algemeen tegenover de Engelsen die hen verdedigen?
4. Geef een paar voorbeelden van militairen die proberen uit het leger te komen.





^ Terug naar boven

Comments are closed.