Koop dit boek op Bol.com

Butcher’s Crossing
1 stemmen
Niveau:
GENRE: western THEMA: coming-of-age
Tagged on:                     



Boekbeschrijving

Butcher’s Crossing

Het begin

The coach from Ellsworth to Butcher’s Crossing was a dougherty that had been converted to carry passengers and small freight. Four mules pulled the cart over the ridged, uneven road that descended slightly from the level prairie into Butcher’s Crossing; as the small wheels of the dougherty entered and left the ruts made by heavier wagons, the canvas-covered load lashed in the center of the cart shifted, the rolled-up canvas side curtains thumped against the hickory roads that supported the lath and canvas roof, and the single passenger at the rear of the wagon braced himself by wedging his body against the narrow sideboard; one hand was spread flat against the hard leather-covered bench and the other grasped one of the smooth hickory poles set in iron sockets attached to the side-boards. The driver, separated from his passenger by the freight that had been piled nearly as high as the roof, shouted above the snorting of the mules and the creaking of the wagon:
‘Butcher’s Crossing, just ahead.’
The passenger nodded and leaned his head and shoulders out over the side of the wagon. Beyond the seating rumps and bobbing ears of the mules he caught a glimpse of a few bare shacks and tents set in a cluster before a taller patch of trees. He had an instantaneous impression of color – of light dun blending into gray set off by a heavy splash of green. Then the bouncing of the wagon forced him to sit upright again. He gazed at the swaying mound of goods in front of him, blinking rapidly. He was a man in his early twenties, slightly built, with a fair skin that was beginning to redden after the day’s exposure to the sun. He had removed his hat to wipe the sweat from his forehead and had not replaced it; his light brown hair, the color of Virginia tobacco, was neatly clipped, but it now lay in damp unevenly ringlets about his ears and forehead.

^ Terug naar boven



Algemeen

Will(iam) Andrews zou gelukkig moeten zijn met wat hij heeft. Hij komt uit een tamelijk gegoede familie, hij studeert aan Harvard College en heeft alle mogelijkheden om een succes van zijn leven te maken. Toch besluit hij weg te gaan met al zijn spaargeld – veertienhonderd dollar – op zak.
Zijn einddoel is het gehucht Butcher’s Crossing: een straat met een dwarsstraat, een hotel, een bar, een winkel, een bordeel en een aantal huizen. Als Andrews van een vage kennis van zijn vader, J.D. McDonald, een baan als bizonhuidenverkoper aangeboden krijgt, neemt hij die niet aan. Ook een contact met een leuk en lief hoertje wijst hij van de hand (zelfs als het gratis is en hij haar erg leuk vindt). Andrews wil het land verder verkennen, hij wil naar het wilde westen.
Hij belegt de helft van zijn spaargeld in een onderneming om bizons te jagen. De leider van de expeditie, Miller, weet een vallei in de Rocky Mountains in de staat Colorado te vinden die vol zit met bizons. Hij huurt een viller in, Schneider, en hij neemt zijn maatje, Charley Hoge, mee als kok en ossendrijver en manusje van alles. De vier avonturiers gaan op weg.
Als ze na een barre tocht eindelijk aankomen bij de vallei, lopen daar duizenden bizons rond. Voorzien van dichte, mooie vachten, lijdelijk wachtend totdat ze neergeschoten en gevild worden. En dat doen de mannen maar al te graag. Wekenlang. Totdat de winter invalt …

^ Terug naar boven

Boekinformatie

ERK Niveau:
B2

Schrijver:
John Williams

Jaar van uitgave:
1960

Aantal pagina's:
274

Tijd waarin het verhaal zich afspeelt:
1873

Plaats van handeling:
USA, Kansas (een prairiedorp) & Colorado (een vallei in de Rocky Mountains)

Bijzonderheden:
Een roman in drie delen met afzonderlijke hoofdstukken

^ Terug naar boven


Het boek - onderwerp

IS HET BOEK VOOR JOU INTERESSANT?

De roman ‘Butcher’s Crossing’ is een verhaal dat jongens/mannen waarschijnlijk meer zal aanspreken dan meisjes/vrouwen: het gaat over een man van 22 die het avontuur zoekt in het dan nog altijd onherbergzame en weinig verkende westen van de Verenigde Staten. In het gehucht waar hij logeert wonen alleen maar bizonjagers, huidenverkopers en hoeren. En als hij na een tijdje met drie mannen vertrekt om bizons te schieten wordt de wereld nog leger: het is een landschap met zo nu en dan een pionier, maar verder alleen maar met een mooie, maar wrede natuur.
‘Butcher’s Crossing’ is een western zoals ze maar weinig geschreven zijn: informatief, ruw en primitief. De hoofdpersonen zijn geen om zich heen schietende helden, maar gewone mannen van vlees en bloed, met angsten net als ieder ander gewoon mens.

WAT MOET JE WETEN?

Specifieke kennis is niet noodzakelijk voor het begrijpen van het verhaal. Als het leven in een dorp in het wilde westen wordt beschreven, legt John Williams rustig uit hoe zoiets eruit ziet. Datzelfde gebeurt wanneer er kogels worden gemaakt, geweren worden geladen, bizons worden geschoten en diezelfde bizons van hun huiden worden ontdaan.
Williams vertelt zijn verhaal zonder opsmuk: hij gebruikt geen ingewikkelde perspectiefwisseling of tijdssprongen.


Het boek - Moeilijkheid

DE TAAL

De taal is soms specialistisch (hoe laad je een geweer, hoe vil je een bizon?), maar Williams legt alles goed uit. De alinea’s en hoofdstukken zijn van een gemiddelde lengte; dialogen – al hoe basaal en minimaal ook – verluchtigen het verhaal.

DE TAAL EN HET VERHAAL

John Williams is een schrijver die aan weinig woorden genoeg heeft. Hij kan een spannend verhaal vertellen dat zich in het – toen nog – wilde westen afspeelt zonder zich te verliezen in lange verhandelingen. ‘Butcher’s Crossing’ is informatief en het verhaal wordt in een flink tempo verteld: het is een typische western.
Ook de woorden die Williams gebruikt zijn niet moeilijk te begrijpen. Hij legt onbekende zaken duidelijk uit zonder te veel moeilijke woorden te gebruiken: zo is hij zeer informatief over het jagen op bizons (kogels maken, geweren laden, schieten) en het bereiden van de huiden en van het vlees. Daarnaast geeft hij een zeer overzichtelijk beeld van het leven op de prairie in barre omstandigheden en van het leven in een pas gesticht dorpje in een niemandsland.
Op grond van deze eigenschappen is ‘Butcher’s Crossing’ een boek met een literair niveau C 4c en een taal-(ERK-)niveau B2.


Schrijfstijl:

Williams heeft een vaardige hand van schrijven, maar hij strooit niet met woorden. Zijn schrijfstijl zou het beste als ‘sober’ kunnen worden omschreven.
Als hij schrijft over het contact dat Andrews met een hoertje heeft, is Williams poëtisch in zijn taal. Aan de andere kant is de beschrijving van het schieten en het villen van de bizons een bloederige aangelegenheid; Williams schuwt hier een plastische omschrijving niet.


Het boek - het verhaal

Actie:

Het verhaal kent behoorlijk veel actie. De roman begint traag als Andrews na aankomst in het dorpje Butcher’s Crossing op zoek gaat naar werk. Maar als hij eenmaal weet dat hij op jacht kan gaan naar bizons, wordt het tempo opgevoerd. Elke mijl verder verwijderd van de bewoonde wereld brengt Andrews dichter bij een ongerepte natuur, in een onontgonnen en vrijwel onbekend gebied. Het had een soort paradijs kunnen zijn, ware het niet dat er toch mensen zijn die hier beter van willen worden …

Tijd:

Het verhaal speelt zich af in 1873. Er zijn weinig wegen in Kansas, nog minder spoorlijnen en avonturiers beginnen aan een risicovolle tocht als ze zich buiten de gebaande paden wagen. En hoe verder men naar het westen trekt, hoe leger het land wordt.

Plaats:

De roman speelt zich grotendeels af op de prairie van de Amerikaanse staat Kansas en in een vallei in de Rocky Mountains in de staat Colorado. Maar het verhaal begint en eindigt in het onooglijke dorpje Butcher’s Crossing, een plaatsje met een winkel, een bar, een hotel, een aantal kamers voor hoeren en een paar huizen.

Verhaallijn:

Er is één belangrijke verhaallijn: hoe wordt William Andrews van een beschaafde ‘greenhorn’ uit New England een ervaren pionier (en bizonviller)? Het verhaal is een specifiek soort coming-of-age roman. Andrews is eigenlijk op zoek naar de zin des levens. Voor hem ligt deze niet in het gecultiveerde Boston. De vraag is of het voor hem in Butcher’s Crossing of omgeving zal liggen.

Verteller:

‘Butcher’s Crossing’ heeft een alwetende verteller. Deze vertelt het verhaal voornamelijk vanuit het perspectief van William Andrews, een jongeman die als onervaren studentje in het wilde westen terechtkomt en – net zoals de meeste lezers waarschijnlijk – geen weet heeft van het harde leven op de prairie.


Het boek - de karakters

Hoofdkarakters:

De hoofdpersoon van de roman is William (Will) Andrews. Andrews is de zoon van een predikant in Boston. Hij studeert een aantal jaren aan Harvard College, maar hij besluit dan het avontuur te zoeken in het nog ongerepte wilde westen.

Bijfiguren:

Andere belangrijke karakters in ‘Butcher’s Crossing’ zijn:
• Miller: een ervaren bizonjager, die Williams de jacht op de bizons laat financieren;
• Charley Hoge: een eenarmige avonturier, de vriend van Miller. Hij is een manusje-van-alles bij de jacht: de bestuurder van de transportkar, de kok van het gezelschap. Het verlies van zijn arm heeft hem diepgelovig gemaakt;
• Fred Schneider: de viller. Hij gaat mee om de bizons te villen. Hij zoekt niet het avontuur, maar wil gewoon een goedbetaalde baan;
• J.D. McDonald: de succesvolle huidenverkoper in Butcher’s Crossing. Hij wil Andrews beschermen tegen diens roekloosheid;
• Francine: een mooi en ook lief hoertje dat in Butcher’s Crossing woont.


Het boek - verder

Film:

is niet verfilmd.

Overig:

Butcher’s Crossing’ lijkt in het geheel niet op de andere romans van Williams (zoals bijvoorbeeld het succesvolle Stoner). Het is een typische western, compleet met bizons, geweren en ontberingen. Maar wel zonder Indianen.


^ Terug naar boven


Auteur en Werken

Informatie over John Williams.


^ Terug naar boven

Meer

Leessuggesties:

Als je dit een mooi boek vond, zou je ook kunnen lezen:
• Riders of the Purple Sage van Zane Grey
 ‘Into the Wild’ van Jon Krakauer
• The Son van Phillipp Meyer

 


Citaat:
‘Mr. McDonald,’ Andrews said quietly, ‘I appreciate what you’re trying to do for me. But I want to try to explain something to you. I came out here –‘ He paused and let his gaze go past McDonald, away from the town, beyond the ridge of earth that he imagined was the river bank, to the flat yellowish green land that faded into the horizon westward. He tried to shape in his mind what he had to say to McDonald. It was a feeling; it was an urge that he had to speak. But whatever he spoke he knew would be but another name for the wildness that he sought. (p.21)

Vragen over het boek:

1. Het verhaal is opgedeeld in drie delen. Leg uit waarom Williams dat volgens jou op deze manier heeft gedaan.
2. Analyseer de karakters van de vier personen die op bizonjacht gaan: Andrews, Miller, Schneider en Charley Hoge. Vindt er gaandeweg het verhaal een verandering in één of meer van die karakters plaats? Zo ja, welke is (of zijn) dat dan?
3. Waarom verlaat Will Andrews zijn geboorteplaats? Geef fragmenten uit de tekst die je antwoord bevestigen.
4. De roman gaat onder andere over de expansiedrift van de Amerikanen. Vind je dat Williams dat goed heeft verwoord of vind je dat er andere thema’s in het boek te onderscheiden zijn? Maak je antwoord duidelijk met behulp van fragmenten uit de tekst.



^ Terug naar boven