Koop dit boek op Bol.com

Hamlet
2 stemmen
Niveau:
GENRE: drama - tragedy THEMA: politics
Tagged on:                         



Boekbeschrijving

Hamlet

Het begin

Act I, Scene I. Elsinore. A platform before the castle.

(Francisco at his post. Enter to him Bernardo.)

Bernardo: Who's there?
Francisco: Nay, answer me: stand, and unfold yourself.
Bernardo: Long live the king!
Francisco: Bernardo?
Bernardo: He.
Francisco: You come most carefully upon your hour.
Bernardo: 'Tis now struck twelve; get thee to bed, Francisco.
Francisco: For this relief much thanks: 'tis bitter cold, and I am sick at heart.
Bernardo: Have you had quiet guard?
Francisco: Not a mouse stirring.
Bernardo: Well, good night.
If you do meet Horatio and Marcellus,
The rivals of my watch, bid them make haste.

^ Terug naar boven



Algemeen

Hamlet, de jonge prins van Denemarken vermoedt dat zijn vader, de koning van het land, vermoord is. Als hij ’s avonds door het kasteel dwaalt, krijgt hij meer zekerheid, hoewel uit een vreemde bron: de geest van zijn vader vertelt hem dat hij vermoord werd – door de oom en de moeder van Hamlet.
Hamlet weet nu wat hem te doen staat: zich wreken op de moordenaars van zijn vader. Maar dat is ingewikkelder dan het lijkt: zijn zijn oom en zijn moeder echt de moordenaars van zijn vader, en wat gebeurt er na de wraak van Hamlet met de mensen aan het hof? Wat zal zijn verloofde Ophelia er bijvoorbeeld van vinden dat haar vader de dienaar is van een moordenaar? En hoe zit het met die andere hovelingen: wie is wel en wie is niet te vertrouwen?
Hamlet is een tijdlang heel besluiteloos. Misschien is het zelfs beter wanneer hij uit het leven stapt; een leven vol verraad en dood en verderf is niet iets om je op te verheugen. Hamlet zint op een manier om een bewijs te leveren voor de moord: als hij nu eens een toneelstuk schrijft over een koning die door zijn vrouw en zijn broer vermoord wordt?

^ Terug naar boven

Boekinformatie

ERK Niveau:
C2

Schrijver:
William Shakespeare

Jaar van uitgave:
1600

Aantal pagina's:
225

Tijd waarin het verhaal zich afspeelt:
10e eeuw

Plaats van handeling:
Denemarken, een kasteel.

Bijzonderheden:
Een toneelstuk in 5 bedrijven en in meerdere scenes. De tragedie staat ook bekend onder de naam ''The Tragedy of Hamlet, Prince of Denmark'.

^ Terug naar boven


Het boek - onderwerp

IS HET BOEK VOOR JOU INTERESSANT?

De tragedie ‘Hamlet’ van William Shakespeare is waarschijnlijk het beroemdste toneelstuk van de wereldberoemde schrijver, misschien wel het beroemdste toneelstuk ter wereld. Het is in ieder geval een tragedie die al eeuwen vrijwel dagelijks ergens ter wereld wordt opgevoerd.
‘Hamlet’ is een verhaal over ambitie, macht, moed, lafheid, bedrog en eerlijkheid. Als je een toneelstuk wilt lezen dat er echt toe doet, dan moet je ‘Hamlet’ proberen: het is de tragedie der tragedies.

Hamlet:
Speak the speech, I pray you, as I pronounced it to you, trippingly on the tongue: but if you mouth it,  as many of your players do, I had as lief the town-crier spoke my lines. Nor do not saw the air too much with your hand, thus, but use all gently; for in the very torrent, tempest, and, as I may say, the whirlwind of passion, you must acquire and beget a temperance that may give it smoothness. O, it offends me to the soul to hear a robustious periwig-pated fellow tear a passion to tatters, to very rags, to split the ears of the groundlings, who for the most part are capable of nothing but inexplicable dumbshows and noise: I would have such a fellow whipped for o’erdoing Termagant; it out-herods Herod: pray you, avoid it.
(Act III, Scene II, lines 1-14)

WAT MOET JE WETEN?

Voor ‘Hamlet’ heb je niet veel historische kennis nodig. Er is een legende, ergens uit de tiende eeuw, over een koning in Denemarken die werd vermoord, waarna zijn opvolging tot allerlei opstanden leidde. Op zich niet spectaculair: het verhaal lijkt wat dat betreft op verhalen (toneelstukken) als Macbeth of Julius Caesar. De legende werd ergens in de veertiende eeuw opgeschreven, maar het verhaal was pas in de zestiende eeuw in het Engels bekend. Die vertaling heeft Shakespeare waarschijnlijk gelezen. Hij heeft heel veel namen en situaties veranderd. Maar de kracht van het verhaal zit uiteraard in de prachtige taal en de boeiende intriges.

Horatio:
O day and night, but this is wondrous strange!

Hamlet:
And therefore as a stranger give it welcome.
There are more things in heaven and earth, Horatio,
Than are dreamt of in your philosophy. But come;
Here, as before, never, so help you mercy,
How strange or odd soe’er I bear myself,
As I perchance hereafter shall think meet
To put an antic disposition on,
That you, at such times seeing me, never shall,
With arms encumber’d thus, or this headshake,
Or by pronouncing of some doubtful phrase,
As ‘Well, well, we know,’ or ‘We could, an if we would,’
Or ‘If we list to speak,’ or ‘There be, an if they might,’
Or such ambiguous giving out, to note
That you know aught of me: this not to do,
So grace and mercy at your most need help you,
Swear.
(Act I, Scene V, lines 164-181)


Het boek - Moeilijkheid

DE TAAL

De woorden en de zinnen in ‘Hamlet’ zijn zonder meer lastig te noemen. De taal is ‘modern’ Engels, maar dan wel het moderne Engels uit het eind van de 16e en het begin van de 17e eeuw. Shakespeare gebruikte heel veel woorden die niet langer bestaan in het Engels of die een andere betekenis hebben.
Er zijn nauwelijks regieaanwijzingen, op een paar zinnen na – die waarschijnlijk vaak niet eens van Shakespeare zelf waren (‘Elsinore. A platform before the castle.’ Of iets dergelijks). Soms rijmen zinnen, maar vaker niet; die zinnen zijn geschreven in ‘blank verse’: het rijmt niet maar de zin heeft wel een bepaald ritme, een bepaalde cadans. Interessant in deze tragedie is dat de hoofdpersoon, Hamlet, zowel in proza als in blank verse spreekt: zijn gewone gesprekken – zoals de dialogen – zijn in proza, zijn belangrijke overpeinzingen – zoals zijn monologen (‘soliloquies’) – staan in blank verse.

Hamlet:
O, that this too too solid flesh would melt
Thaw and resolve itself into a dew!
Or that the Everlasting had not fix’d
His canon ‘gainst self-slaughter! O God! God!
How weary, stale, flat and unprofitable,
Seem to me all the uses of this world!
Fie on’t! ah fie! ‘tis an unweeded garden,
That grows to seed; things rank and gross in nature
Possess it merely. That it should come to this!
But two months dead: nay, not so much, not two:
So excellent a king; that was, to this,
Hyperion to a satyr; so loving to my mother
That he might not beteem the winds of heaven
Visit her face too roughly. Heaven and earth!
Must I remember? why, she would hang on him,
As if increase of appetite had grown
By what it fed on: and yet, within a month –
Let me not think on’t – Frailty, thy name is woman! –
A little month, or ere those shoes were old
With which she follow’d my poor father’s body,
Like Niobe, all tears: – why she, even she –
O, God! a beast, that wants discourse of reason,
Would have mourn’d longer – married with my uncle,
My father’s brother, but no more like my father
Than I to Hercules!
(Act I, Scene II, lines 129-153)

DE TAAL EN HET VERHAAL

De taal van ‘Hamlet’ is zonder meer moeilijk, een gevolg van het feit dat het toneelstuk al honderden jaren oud is. Niet alleen zijn de woorden vaak moeilijk en de zinnen iets afwijkend van het hedendaags Engels, maar ook suggereerde Shakespeare met zijn taal meer dan hij letterlijk zei. Er zijn verwijzingen naar de politiek, naar zelfmoord, naar moord, naar de dood en naar de sterfelijkheid van de mens: vaak heeft een tekst een grote ambiguiteit.
Het verhaal is bij Shakespeare vaak minder belangrijk dan de boodschap die hij wil overbrengen in zijn stukken. Zo’n boodschap zit (uiteraard) duidelijker in de ernstige stukken – zoals de tragedies en de historische stukken – dan in de komedies, maar in alle stukken zit wel een zekere boodschap. De tragedie ‘Hamlet’ heeft één van de meest intrigerende karakters uit de wereldliteratuur: een oprechte jongeman, maar ook een instabiele man, een twijfelaar, een intrigant en lichtelijk gestoorde persoon.
Op basis van deze eigenschappen is ‘Hamlet’ een boek met een literair niveau C 6d en een taal-(ERK-)niveau C2.

Lord Polonius:
[Aside] How say you by that? Still harping on my daughter: yet he knew me not at first; he said I was a fishmonger: he is far gone, far gone: and truly in my youth I suffered much extremity for love; very near this. I’ll speak to him again. What do you read, my lord?

Hamlet:
Words, words, words.

Lord Polonius:
What is the matter, my lord?

Hamlet:
Between who?

Lord Polonius:
I mean, the matter that you read, my lord.

Hamlet:
Slanders, sir: for the satirical rogue says here that old men have grey beards, that their faces are wrinkled, their eyes purging thick amber and plum-tree gum and that they have a plentiful lack of wit, together with most weak hams: all which, sir, though I most powerfully and potently believe, yet I hold it not honesty to have it thus set down, for yourself, sir, should be old as I am, if like a crab you could go backward.
(Act II, Scene II, lines 187-204)


Schrijfstijl:

De tragedie ‘Hamlet’ is prachtig geschreven. Het verhaal is spannend en intrigerend: een moord die gevolgd wordt door andere moorden en een zelfmoord. Het verhaal gaat over moed en lafheid, over macht en kruiperigheid, over trouw en bedrog. Maar het is vooral de taal waarin het verhaal gegoten is: ‘Hamlet’ staat vol met prachtige taal; er is vrijwel geen toneelstuk waaruit zo veel geciteerd wordt.

Hamlet:
To be, or not to be: that is the question:
Whether ‘tis nobler in the mind to suffer
The slings and arrows of outrageous fortune,
Or to take arms against a sea of troubles,
And by opposing end them? To die: to sleep;
No more; and by a sleep to say we end
The heart-ache and the thousand natural shocks
That flesh is heir to, ‘tis a consummation
Devoutly to be wish’d. To die, to sleep;
To sleep: perchance to dream: ay, there’s the rub;
For in that sleep of death what dreams may come
When we have shuffled off this mortal coil,
Must give us pause: there’s the respect
That makes calamity of so long life;
For who would bear the whips and scorns of time,
The oppressor’s wrong, the proud man’s contumely,
The pangs of despised love, the law’s delay,
The insolence of office and the spurns
That patient merit of the unworthy takes,
When he himself might his quietus make
With a bare bodkin? who would fardels bear,
To grunt and sweat under a weary life,
But that the dread of something after death,
The undiscover’d country from whose bourn
No traveller returns, puzzles the will
And makes us rather bear those ills we have
Than fly to others that we know not of?
Thus conscience does make cowards of us all;
And thus the native hue of resolution
Is sicklied o’er with the pale cast of thought,
And enterprises of great pith and moment
With this regard their currents turn awry,
And lose the name of action. – Soft you now!
The fair Ophelia! Nymph, in thy orisons
Be all my sins remember’d.
(Act III, Scene I, lines 56-91)


Het boek - het verhaal

Actie:

De tragedie ‘Hamlet’ is een verhaal met veel actie. Er lopen geesten rond in een kasteel, er zijn moorddadige karakters, er wordt gevochten met zwaarden en gegoocheld met gifbekers, er is een toneelstuk-in-een-toneelstuk, mensen plegen zelfmoord, anderen vermoorden elkaar. Kortom: een spectaculair toneelstuk (waarin maar weinig overlevenden zijn).

Hamlet:
By and by is easily said. (Exit Polonius.)
Leave me, friends. (Exeunt all but Hamlet.)
Tis now the very witching time of night,
When churchyards yawn and hell itself breathes out
Contagion to this world: now could I drink hot blood,
And do such bitter business as the day
Would quake to look on. Soft! now to my mother.
O heart, lose not thy nature; let not ever
The soul of Nero enter this firm bosom:
Let me be cruel, not unnatural:
I will speak daggers to her, but use none;
My tongue and soul in this be hypocrites;
How in my words soever she be shent,
To give them seals never, my soul, consent!
(Act III, Scene II, lines 360-373)

Tijd:

‘Hamlet’ speelt zich waarschijnlijk ergens in de tiende eeuw af. Maar het verhaal is een legende: het is heel onduidelijk wie wanneer geleefd heeft en wat er door iemand gezegd of gedaan is. Het verhaal van de prins uit Denemarken is honderden jaren later opgeschreven en weer een paar honderd jaar daarna in het Engels vertaald, waarna Shakespeare er een toneelstuk over maakte.
Het verhaal wordt chronologisch verteld. Shakespeare houdt zich in het geheel niet aan de eenheden van tijd, plaats en handeling. Het verhaal duurt veel langer dan een dag, karakters reizen tijdens het verhaal naar Frankrijk en Duitsland en de wraak die Hamlet moet uitvoeren (de eenheid van handeling) wordt gecompliceerd door intriges rond een samenzwering, een verbroken verloving, twijfel over het recht in eigen handen nemen en andere verhalen over dood, macht en politiek.

King Claudius:
Now, Hamlet, where’s Polonius?

Hamlet:
At supper.

King Claudius:
At supper! where?

Hamlet:
Not where he eats, but where he is eaten: a certain convocation of politic worms are e’en at him. Your worm is your only emperor for diet: we fat all creatures else to fat us, and we fat ourselves for maggots: your fat king and your lean beggar is but variable service, two dishes, but to one table: that’s the end.
(Act IV, Scene III, lines 17-25)

Plaats:

De setting van ‘Hamlet’ is voornamelijk een kasteel in de stad Helsingør (die door de Engelsen ‘Elsinore’ genoemd werd). In het kasteel – dat Kronborg heet – woonde in de tiende eeuw de koning van Denemarken, ten minste volgens de legende over Hamlet, de prins van Denemarken.

Hamlet:
My fate cries out,
And makes each petty artery in this body
As hardy as the Nemean lion’s nerve.
Still am I call’d. Unhand me, gentlemen.
By heaven, I’ll make a ghost of him that lets me!
I say, away! Go on; I’ll follow thee. (Exeunt Ghost and Hamlet.)

Horatio:
He waxes desperate with imagination.

Marcellus:
Let’s follow; ‘tis not fit thus to obey him.

Horatio:
Have after. To what issue will this come?

Marcellus:
Something is rotten in the state of Denmark.
(Act I, Scene IV, lines 82-90)

Verhaallijn:

Er is één belangrijke verhaallijn in ‘Hamlet’: hoe zal Hamlet zich kunnen wreken op de moordenaars van zijn vader?

Ophelia:
I hope all will be well. We must be patient: but I cannot choose but weep, to think they should lay him i’ the cold ground. My brother shall know of it: and so I thank you for your good counsel. Come, my coach! Good night, ladies; good night, sweet ladies; good night, good night.
(Act IV, Scene V, lines 66-70)

Verteller:

De roman ‘Hamlet’ heeft geen verteller. Er is nooit een stem van buiten of van boven die commentaar geeft op de gebeurtenissen. Wat niet wegneemt dat er wel eens commentaar is op een gebeurtenis; maar dat gebeurt dan door een karakter uit het toneelstuk zelf.
In ‘Hamlet’ is er zo nu en dan commentaar van Hamlet zelf. Bijvoorbeeld op zijn handelen: wat moet hij nu doen (‘To be, or not to be …’), wat heeft het leven voor zin als je allemaal eindigt in een graf (‘Alas, poor Yorick!’)?

Hamlet:
Madam, how like you this play?

Queen Gertrude:
The lady protests too much, methinks.

Hamlet:
O, but she’ll keep her word.

King Claudius:
Have you heard the argument? Is there no offence in ‘t?

Hamlet:
No, no, they do but jest, poison in jest; no offence i’ the world.

King Claudius:
What do you call the play?

Hamlet:
The Mouse-trap. Marry, how? Tropically. This play is the image of a murder done in Vienna: Gonzago is the duke’s name; his wife, Baptista: you shall see anon; ‘tis a knavish piece of work: but what o’ that? your majesty and we that have free souls, it touches us not: let the galled jade wince, our withers are unwrung.
(Act III, Scene II, lines 217-229)


Het boek - de karakters

Hoofdkarakters:

De hoofdkarakters in ‘Hamlet’  zijn:
• Hamlet: de zoon van de (overleden) koning van Denemarken;
• Lord Claudius: de (nieuwe) koning, broer van de overleden koning (die ook Hamlet heette);
• Queen Gertrude: de koningin van Denemarken, weduwe van de overleden koning, nu gehuwd met Claudius en moeder van Hamlet;
• Ophelia: dochter van de kamerheer Polonius, en verloofde van Hamlet;
• Horatio: de beste vriend van Hamlet.

Bijfiguren:

De belangrijkste bijfiguren in ‘Hamlet’  zijn:
• Polonius: de kamerheer van de koning, vader van Ophelia;
• Laertes: de zoon van Polonius en broer van Ophelia;
• Ghost: de geest van de vader van Hamlet – de overleden Koning Hamlet;
• Voltemand, Cornelius, Rosencrantz, Guildenstern, Osric en een naamloze man: hovelingen van de koning;
• Een priester;
• Marcellus, Barnardo, Francisco: soldaten van de koning;
• Reynaldo: de dienstknaap van Polonius;
• Twee clowns: grafdelvers;
• Fortinbras: de prins van Noorwegen;
• Toneelspelers;
• Een kapitein;
• Engelse ambassadeurs.


Het boek - verder

Film:

‘Hamlet’ is tientallen malen verfilmd (de eerste verfilming was al in 1900). Beroemde acteurs en actrices als Sir John Gielgud, Ethan Hawke, Laurence Oliver, Mel Gibson, Kate Winslet, Glenn Close, Marianne Faithfull, Kenneth Brannagh, Christopher Plummer en Richard Burton hebben in verfilmingen van ‘Hamlet’ gespeeld. Er zijn meerdere bioscoop- en TV-films gemaakt.

First Clown:
A pestilence on him for a mad rogue! a’ poured a flagon of Rhenish on my head once. This same skull, sir, was Yorick’s skull, the king’s jester.

Hamlet:
This?

First Clown:
E’en that.

Hamlet:
Let me see. (Takes the skull.)
Alas, poor Yorick! I knew him, Horatio: a fellow of infinite jest, of most excellent fancy: he hath borne me on his back a thousand times; and now, how abhorred in my imagination it is! my gorge rims at it. Here hung those lips that I have kissed I know not how oft. Where be your gibes now? Your gambols? your songs? your flashes of merriment, that were wont to set the table on a roar? Not one now, to mock your own grinning? quite chap-fallen? Now get you to my lady’s chamber, and tell her, let her paint an inch thick, to this favour she must come; make her laugh at that. Prithee, Horatio, tell me one thing.

Horatio:
What’s that, my lord?

Hamlet:
Dost thou think Alexander looked o’ this fashion i’ the earth?

Horatio:
E’en so.
(Act V, Scene I, lines 161-180)

Overig:

De tragedie ‘Hamlet’ wordt vrijwel dagelijks ergens ter wereld opgevoerd. Er zijn klassieke muziekstukken over gemaakt (zoals bijvoorbeeld door de Russische componist Dmitri Shostakovich), er zijn verwijzingen naar ‘Hamlet’ in de schilderkunst (Waterhouse), poëzie (T.S. Eliot) en de popmuziek (de song ‘What a piece of work is man’ in de musical ‘Hair’, de naam van de band ‘This Mortal Coil’, de song ‘Goodnight ladies’ van Lou Reed, het album ‘Ophelia’ van Natalie Merchant).

Hamlet:
I will tell you why; so shall my anticipation prevent your discovery, and your secrecy to the king and queen moult no feather. I have of late –but wherefore I know not – lost all my mirth, forgone all custom of exercises; and indeed it goes so heavily with my disposition that this goodly frame, the earth, seems to me a sterile promontory, this most excellent canopy, the air, look you, this brave o’erhanging firmament, this majestical roof fretted with golden fire, why, it appears no other thing to me than a foul and pestilent congregation of vapours. What a piece of work is a man! how noble in reason! how infinite in faculty! in form and moving how express and admirable! in action how like an angel! in apprehension how like a god! the beauty of the world! the paragon of animals! And yet, to me, what is this quintessence of dust? man delights not me: no, nor woman neither, though by your smiling you seem to say so.
(Act II, Scene II, lines 287-302)


^ Terug naar boven


Auteur en Werken

Informatie over William Shakespeare.


^ Terug naar boven

Meer

Leessuggesties:

Als je dit een mooi boek vond, zou je ook kunnen lezen:
• Wuthering Heights van Emily Brontë
• Heart of Darkness van Joseph Conrad
• In Cold Blood van Truman Capote


Citaat:
Hamlet:
O, I die, Horatio;
The potent poison quite o'er-crows my spirit:
I cannot live to hear the news from England;
But I do prophesy the election lights
On Fortinbras: he has my dying voice;
So tell him, with the occurrents, more and less,
Which have solicited. The rest is silence.
(Act V, Scene II, lines 334-340)

Vragen over het boek:

1. Welke steun krijgt Hamlet van zijn vriend Horatio?
2. Analyseer het karakter van Laertes, de broer van Ophelia.
3. Wat wilde Hamlet bereiken met zijn zelfgeschreven toneelstuk? En bereikte hij wat hij wilde bereiken?
4. Waarom is Hamlet één van de meest tragische figuren uit de literatuur volgens jou?



^ Terug naar boven