Koop dit boek op Bol.com

I’m the King of the Castle
1 stemmen
Niveau:
GENRE: thriller THEMA:
Tagged on:                     



Boekbeschrijving

I’m the King of the Castle

Het begin

Three months ago, his grandmother died, and then they had moved to this house.
'I will not live there again, until it belongs to me,' his father had said. Though the old man lay upstairs, after a second stroke, and lingered, giving no trouble.
The boy was taken up to see him.
'You must not be afraid,' his father said, nervously, 'he is a very old man, now, very ill.'
'I am never afraid.' And that was no more than the truth, though his father would not have believed it.
It will be very moving, Joseph Hooper had decided, with the three generations together and one upon his death bed, the eldest son of the eldest son of the eldest son. For, in middle age, he was acquiring a dynastic sense.
But it had not been moving. The old man had breathed noisily, and dribbled a little, and never woken. The sick room smelled sour.
'Ah, well,' Mr Hooper had said, and coughed, 'he is very ill, you know. But I am glad you have seen him.'
'Why?'
'Well – because you are his only grandson. His heir, I suppose. Yes. It is only as it should be.'
The boy looked towards the bed. His skin is already dead, he thought, it is old and dry. But he saw that the bones of the eye sockets, and the nose and jaw, showed through it, and gleamed. Everything about him, from the stubble of hair down to the folded line of sheet, was bleached and greyish white.
'All he looks like,' Edmund Hooper said, 'is one of his dead old moths.'
'That is not the way to speak! You must show respect.'
His father had led him out. Though I am only able to show respect now, he thought, to behave towards my father as I should, because he is dying, he is almost gone away from me.
Edmund Hooper, walking down the great staircase into the wood-panelled hall, thought nothing of his grandfather. But later, he remembered the moth-like whiteness of the very old skin.

^ Terug naar boven



Algemeen

Edmund Hooper woont met zijn vader en enkele bedienden op een landgoed. Zijn moeder leeft niet meer; zijn vader heeft zojuist het landgoed van de opa van Edmund geërfd. Omdat ze zo geïsoleerd wonen en omdat Edmund altijd maar alleen is, besluit Hooper senior een weduwe met een zoontje van de leeftijd van Edmund als gezelschap in huis te nemen.
Mevrouw Kingshaw en haar zoon Charles komen op het landhuis Warings te wonen. Mevrouw Kingshaw is zeer onder de indruk van het huis, van de gedistingeerde sfeer, van de heer Hooper, van de bedienden, van al het deftige om haar heen. Ook de heer Hooper vindt het een prima keus: mevrouw Kingshaw is een aardige weduwe, die goed lijkt te passen bij alles en iedereen.
Maar voor de jongens ligt dat toch anders. (Edmund) Hooper is erg gesteld op zijn positie als enig kind en hij houdt niet van indringers. (Charles) Kingshaw voelt zich in het huis ook een indringer; hij is vaak gepest op school vanwege allerlei angsten die hij heeft en hij vreest dat Hooper ook een soort bully zal blijken te zijn.
En dat is ook zo. Hooper commandeert hem, hij ontzegt hem de toegang tot allerlei plaatsen in en om het huis en hij ontdekt al snel de angsten die Kingshaw heeft. Zoals voor alles wat dood is: de dode mottenverzameling van Hoopers (dode) opa, een dode kraai, een dood konijn. Kingshaw wordt opnieuw gepest, maar ditmaal niet op school, maar op de plek waar hij zich het meest veilig zou moeten kunnen voelen: in zijn nieuwe thuis.
Pa Hooper en ma Kingshaw hebben het ondertussen goed naar hun zin met elkaar. Ze beginnen elkaar aardig te vinden, en het lijkt hen ideaal om zo’n gezinnetje te hebben: een weduwnaar en een weduwe met twee zoons die elkaars vrienden zijn. Regelmatig sturen ze Hooper en Kingshaw er dan ook op uit om samen avonturen te beleven, om leuk te knutselen, om spannende jongensdingen te doen.
Op één van de tochten in het bos bij het landhuis ontdekt Kingshaw dat Hooper soms ook doodsangsten uitstaat. Voor het onweer bijvoorbeeld. Misschien is er een soort vriendschap te sluiten met deze jongen, die immers ook blijkt bang te kunnen zijn.
Maar Hooper denkt daar anders over. Als hij weer een beetje hersteld is, beginnen de pesterijen opnieuw. Maar nu iets heviger …

^ Terug naar boven

Boekinformatie

ERK Niveau:
B2

Schrijver:
Susan Hill

Jaar van uitgave:
1970

Aantal pagina's:
223

Tijd waarin het verhaal zich afspeelt:
1960 – 1970

Plaats van handeling:
UK, platteland

Bijzonderheden:
Een roman in 17 hoofdstukken

^ Terug naar boven


Het boek - onderwerp

IS HET BOEK VOOR JOU INTERESSANT?

I’m the King of the Castle is een verhaal over twee opgroeiende jongens. Maar het is meer dan dat: het is ook een verhaal over relaties, over pesten, over continu iemand kleineren, en over de uitzichtloosheid van het bestaan wanneer jij degene bent die gepest wordt.

Het onderwerp is zeker niet vrolijk. De roman gaat over gevoelens van personen. Met name de hoofdpersonen zijn complexe figuren, van wie de karakters niet echt aardig te noemen zijn. Het onderwerp zal niet elke lezer aanspreken. Maar het leert je wel veel over mensen en over menselijke karaktertrekken.

WAT MOET JE WETEN?

Voor I’m the King of the Castle heb je als lezer niet veel specifieke kennis nodig. Het verhaal speelt zich af op het Engelse platteland en wel op een groot landgoed, maar je hoeft niet veel te weten over klassenverschillen in Engeland of iets dergelijks. Dit verhaal had zich in principe overal kunnen afspelen waar mensen met elkaar moeten leven, waar de ene familie rijker is dan de andere en waar de ene persoon aardiger is dan de andere.


Het boek - Moeilijkheid

DE TAAL

De woorden in de roman zijn zeker niet moeilijk. De zinnen, de alinea’s en ook de hoofdstukken zijn over het algemeen kort. De roman kent heel veel dialogen die de spanning er goed inhouden. Daarmee is I’m the King of the Castle een heel leesbaar boek wat de taal betreft.

DE TAAL EN HET VERHAAL

Beschrijvingen zijn soms uitgebreid. Vooral wanneer het gaat over beschrijvingen van het landhuis en van de omgeving daarom heen. Maar al snel wordt de lezer meegenomen in de bedrukkende sfeer van dit huis: de lezer zal zich net als Kingshaw terneergeslagen voelen door de nare omstandigheden.

De taal van het boek zal voor weinig lezers een probleem vormen: ondanks de uitgebreide omschrijvingen zit er veel tempo in het verhaal; er zijn heel veel dialogen die de spanning in het verhaal houden.

Op grond van deze eigenschappen is I’m the King of the Castle een roman met een literair niveau B 3c en een taal-(ERK-)niveau B2.


Schrijfstijl:

Susan Hill is een zeer boeiende schrijver. Ze weet met weinig middelen een heel spannend verhaal te vertellen. Door het landhuis, de omgeving en de hoofdrolspelers enigszins mysterieus te maken, creëert ze een sfeer van suspense, waardoor je als lezer gedwongen wordt door te lezen. I’m the King of the Castle is een goedgeschreven verhaal.


Het boek - het verhaal

Actie:

I’m the King of the Castle heeft een snel verteltempo. Echt veel actie zul je niet tegenkomen in het boek. Heel veel gebeurtenissen knagen onderhuids aan de lezer. Wat is er met Hooper gebeurd, wat gaat Kingshaw doen om aan de pesterijen te ontkomen, wat doet de moeder van Kingshaw, hoe behandelt Hooper zijn zoon? Op zich levert dat niet veel actie op, maar spannend is het altijd.

Tijd:

I’m the King of the Castle speelt zich af in de periode 1960-1970. Het verhaal wordt chronologisch verteld. Er zijn enkele flashbacks, maar die zijn uitsluitend bedoeld om iets duidelijk te maken over de schooltijd van Kingshaw, of over het leven van Hooper voordat de Kingshaws kwamen.

Plaats:

De roman I’m the King of the Castle is gesitueerd op het Engelse platteland. Eigenlijk is het verhaal beperkt tot maar één plek: het landhuis van de Hoopers en de bossen daaromheen. Waarschijnlijk is het ergens in het graafschap Dorset in Zuid-Engeland; dat is de plek waar Susan Hill haar inspiratie opdeed voor de roman.

Verhaallijn:

Er is één verhaallijn in I’m the King of the Castle: hoe overleeft Kingshaw de pesterijen van zijn nieuwe ‘stief’broer, Edmund Hooper? In de loop van het verhaal wordt duidelijk dat Hooper ook zijn eigen persoonlijke angsten heeft, maar het is de vraag of Kingshaw die genoeg kan gebruiken om zijn eigen positie in het gezin te versterken.

Verteller:

I’m the King of the Castle kent een alwetende verteller. Deze maakt goed duidelijk waar de hoofdpersonen zich bevinden. Maar de complexiteit van de karakters wordt maar langzamerhand ontrafeld. Dat maakt de roman tot een spannend geheel.


Het boek - de karakters

Hoofdkarakters:

De hoofdkarakters in I’m the King of the Castle zijn:

  • Edmund Hooper: een 11-jarige jongen. Hij woont in het begin van het verhaal alleen in een landhuis met zijn vader. Zijn moeder is overleden; het landhuis hebben ze geërfd van de opa van Edmund. Edmund is een naar ventje; hij is nogal gevoelloos. Als hij de kans krijgt maakt hij misbruik van de mensen om hem heen;
  • Charles Kingshaw: een jongen die met zijn moeder bij de Hoopers komt wonen. Zijn moeder is niet echt vermogend: de baan als gouvernante bij de familie Hooper is dan ook een lot uit de loterij voor haar. Kingshaw is gevoelig en ook wel snel bang. Hij is op school heel erg gepest met van alles en nog wat.
Bijfiguren:

I’m the King of the Castle kent weinig bijfiguren. De belangrijkste zijn:

  • Joseph Hooper: de eigenaar van het landgoed Warings. Hij is een aardige man, een weduwnaar. Hij begrijpt zijn zoon Edmund niet zo goed; wel vermoedt hij dat deze het gevoelloze van zijn overleden vrouw heeft meegekregen;
  • Katherine Kingshaw: de weduwe die met haar zoon op Warings mag komen wonen als gezelschap voor Edmund. Ze doet haar uiterste best om het iedereen naar de zin te maken. Maar in haar enthousiasme – en door haar interesse in Mr Hooper – vergeet zij goed te letten op het geluk van haar eigen zoon.

Het boek - verder

Film:

I’m the King of the Castle was de inspiratie voor een Franse film in 1989: Je suis le seigneur du château.

Overig:

I’m the King of the Castle staat in een ‘rijke’ traditie van boeken over pesterijen, waar de Engelse literatuur patent op lijkt te hebben. Zie ook boeken, verhalen of toneelstukken van Sue Welford (The Night after Tomorrow), Celia Rees (The Bailey Game), Graham Greene (The End of the Party), William Golding (Lord of the Flies) of William Boyd (School Ties).

I’m the King of the Castle kreeg de Somerset Maugham Award en het boek werd genomineerd voor de Lost Man Booker Prize.


^ Terug naar boven


Auteur en Werken

Informatie over Susan Hill.


^ Terug naar boven

Meer

Leessuggesties:

Als je dit een mooi boek vond, zou je ook kunnen lezen:
• The Bailey Game van Celia Rees (young adult)
• Plague Year van Stephanie S. Tolan (young adult)
• Lord of the Flies van William Golding (adult)


Citaat:
He thought of the dark shed, and the glutinous body of the unknown insect he had squashed between his fingers, of Hooper’s voice mocking him through the thin walls, and the old pig smell and the monstrous puppet dream. He thought, I’m the King of the Castle, now. I can do anything. (p.166)

Vragen over het boek:

1. Is I’m the King of the Castle een boek voor volwassenen, voor kinderen of voor young adults? Geef je mening aan de hand van voorbeelden uit de tekst.
2. Waarom gedraagt Edmund Hooper zich volgens jou zoals hij zich gedraagt? Bepaal je mening aan de hand van fragmenten uit de tekst.
3. Hadden de beide ouders – Mr Hooper, Mrs Kingshaw – iets kunnen doen om de uiteindelijke tragedie te vermijden? Zo ja, wat? En op welk moment in het verhaal hadden ze dat het beste kunnen doen volgens jou?
4. ‘Macht’ is een thema van het boek. Wat zijn enkele andere thema’s? Geef aan, met behulp van voorbeelden uit het boek, hoe die thema’s worden uitgewerkt door de auteur.



^ Terug naar boven