The Canterbury Tales

Niveau:
Genre: poetry
Thema: short stories

Getagd op:
Verkrijgbaar bij bol.com

SNEL NAAR...





Het begin

Whan that Aprille with his shoures soote,
The droghte of March hath perced to the roote,
And bathed every veyne in swich licóur
Of which vertú engendred is the flour;
Whan Zephirus eek with his swete breeth
Inspired hath in every holt and heeth
The tendre croppes, and the yonge sonne
Hath in the Ram his halfe cours yronne,
And smale foweles maken melodye,
That slepen al the nyght with open ye,
So priketh hem Natúre in hir corages,
Thanne longen folk to goon on pilgrimages,
And palmeres for to seken straunge strondes,
To ferne halwes, kowthe in sondry londes;
And specially, from every shires ende
Of Engelond, to Caunterbury they wende,
The hooly blisful martir for to seke,
That hem hath holpen whan that they were seeke.

© Wordsworth Classics, 1980



^ Terug naar boven

Algemeen

‘The Canterbury Tales’ bestaat uit de volgende fragmenten en ‘boeken’:
0. ‘THE GENERAL PROLOGUE’: de pelgrims, de vertellers van de verhalen. Eén van die pelgrims is The Host, de herbergier van herberg ‘The Tabard’ in Londen waar de pelgrims logeren voordat ze aan hun tocht beginnen. The Host leidt de meeste verhalen in; hij is ook degene die moet bepalen welk verhaal het beste is (uiteindelijk wordt hier verder niets mee gedaan);
1. ‘THE KNIGHT’S TALE’: twee ridders worden gevangen gezet in Athene. Ze zien een mooie vrouw vanuit hun kerker en worden verliefd op haar. Als beiden uit de gevangenis zijn gekomen, besluiten ze een duel uit te vechten voor de gunsten van de vrouw;
2. ‘THE MILLER’S TALE’: een student brengt de nacht door bij een timmerman en zijn vrouw. Via een list slaagt hij erin het bed te delen met de vrouw van de timmerman;
3. ‘THE REEVE’S TALE’: een soort spiegelverhaal van het vorige verhaal. Een molenaar met een mooie vrouw en dochter wordt bedrogen door twee studenten die de nacht bij hem doorbrengen;
4. ‘The Cook’s Tale’: een onvolledig verhaal over drank en overspel;
5. ‘The Man of Law’s Tale’: een vrouw wordt uitgehuwelijkt, bedreigd, ze beleeft allerlei nare avonturen en ze vindt uiteindelijk het geluk (en een man);
6. ‘THE WIFE OF BATH’S TALE’: een ridder die een meisje verkracht heeft moet boete doen;
7. ‘The Friar’s Tale’: een ‘summoner’ probeert geld af te troggelen van een weduwe;
8. ‘The Summoner’s Tale’: het spiegelverhaal van het vorige. Een ‘friar’ probeert geld af te troggelen van een zieke man en zijn vrouw: geld dat zogenaamd voor de kerk is, maar in werkelijkheid voor hemzelf;
9. ‘The Clerk’s Tale’: een edelman test de trouw van zijn onderdanige vrouw door haar kinderen te ontvoeren;
10. ‘The Merchant’s Tale’: een man besluit te trouwen; via allerlei eigenaardige verhoudingen gaat er van alles mis met het echtpaar;
11. ‘The Squire’s Tale’: de Mongoolse vorst Genghis Khan houdt een feest voor zijn kinderen en verschillende gasten brengen hun giften;
12. ‘The Franklin’s Tale’: een jonge minnaar reist van Frankrijk naar Engeland. Zijn geliefde wordt het hof gemaakt door een andere man. Ze belooft hem te trouwen wanneer hij alle rotsen van Bretagne kan verwijderen. Dat kan hij …;
13. ‘The Physician’s Tale’: een rechter begeert een jonge vrouw en hij dwingt diens vader zijn dochter te offeren;
14. ‘THE PARDONER’S TALE’: drie mannen uit Vlaanderen willen de Dood zoeken die zo veel van hun vrienden ten grave heeft gedragen. Zij vinden een pot met goud – en de Dood;
15. ‘The Shipman’s Tale’: een spilzieke vrouw krijgt hulp van een monnik die haar lijkt te gaan helpen;
16. ‘The Prioress’s Tale’: een jongen zingt godsdienstige liederen. Satan doodt hem om die reden, maar Maria weet de jongen toch het eeuwige leven te geven;
17. ‘Sir Topas’ Tale’: een ridder begeert de elfenkoningin, maar hij moet strijden tegen een reus;
18. ‘The Tale of Malibee’: een ridder verlaat zijn huis. Zijn vrouw en dochter worden op een nacht overvallen en de ridder besluit zich te wreken;
19. ‘The Monk’s Tale’: zeventien heel korte verhalen over historische en Bijbelse helden;
20. ‘THE NUN’S PRIEST’S TALE’: een haan wordt erin geluisd door een vos. Maar de haan neemt wraak …;
21. ‘The Second Nun’s Tale’: het heilige, maar ellendige leven van Sint Cecilia;
22. ‘The Canon’s Yeoman’s Tale’: de ‘canon’ blijkt behalve geestelijke ook een alchemist te zijn, een man met duivelse plannen dus;
23. ‘The Manciple’s Tale’: een edelman besluit zijn ontrouwe vrouw te doden;
24. ‘The Parson’s Tale’: een verhandeling over de zeven hoofdzonden en over de manier waarop je daarvoor boete kunt doen.

De meest interessante verhalen staan hierboven met HOOFDLETTERS aangegeven.



^ Terug naar boven

Boekinformatie

ERK Niveau:
C2

Schrijver:
Geoffrey Chaucer

Jaar van uitgave:
1400

Aantal pagina's:
543

Tijd waarin het verhaal zich afspeelt:
1000-1400

Plaats van handeling:
Meerdere plaatsen

Bijzonderheden:
Het boek bestaat uit 24 verhalen, vaak voorafgegaan door een proloog.
In het Nederlands heet het boek ‘De Canterbury verhalen’. In een eerdere uitgave uitgekomen onder de titel ‘Verhalen van de Kantelberg’.




^ Terug naar boven

Het boek - onderwerp

IS HET BOEK VOOR JOU INTERESSANT?

De verzameling gedichten/verhalen ‘The Canterbury Tales’ is één van de beroemdste boeken uit de Engelstalige literatuur. ‘Engelstalig’ is hier een breed begrip: de verhalen zijn geschreven in een vroeg soort Engels – Middle English – dat maar weinig Engelstaligen kunnen lezen. De taal stamt uit een tijd dat het Engels in ontwikkeling was. De taal rond het jaar 1300 bijvoorbeeld bestond uit woorden en grammatica uit verschillende andere talen: Saksisch (en alle daarvan afgeleide dialecten), Frans (Normandisch Frans), Scandinavisch – met daarnaast waarschijnlijk nog woorden uit het Keltisch, Vlaams en Fries. Kortom: een ratjetoe aan talen. Wonderbaarlijk dat een diplomaat/geheim agent/handelaar/wetenschapper als Geoffrey Chaucer was daarvan één geheel wist te maken.


WAT MOET JE WETEN?

‘The Canterbury Tales’ bestaat uit een 24-tal verhalen. Verhalen die Chaucer had gelezen/gehoord tijdens zijn reizen door Europa: verhalen over trouw en ontrouw, geloof en ongeloof, goed en kwaad. Verhalen die in het Frans of Italiaans waren geschreven. Chaucer bewerkte ze tot (Middel-)Engelse verhalen.
Met de stad Canterbury hebben de verhalen weinig tot niets te maken. Pelgrims uit alle lagen van de bevolking (edellieden, geestelijken, handelaren, gewone burgers) gingen op reis van Londen naar de stad Canterbury, waar het lichaam van de martelaar Thomas à Becket begraven was. Die reis (lopend of te paard) duurde een dag of twee. Wanneer de ongeveer dertig pelgrims elke dag een verhaal aan elkaar zouden vertellen (wat het plan van Chaucer was) zou het boek uiteindelijk bestaan uit 4 maal 30 verhalen: één verhaal per dag op de heen- en één op de terugreis. Maar Chaucer schreef ‘slechts’ 24 verhalen. Daar deed hij bijna twintig jaar over (maar hij had dan ook veel andere werkzaamheden).





^ Terug naar boven

Het boek - Moeilijkheid

DE TAAL

De woorden en de zinnen in ‘The Canterbury Tales’ zijn heel lastig. De taal is Middle English – een taal die een Brit slechts na een studie van een aantal jaren lezen kan. Daarom is het verstandig om zeker een vertaling van het boek bij de hand te hebben (op het Internet staan er tientallen).
De verhalen zijn van zeer verschillende (regel)lengten.
De meeste verhalen zijn geschreven in iambic pentameters: een rijm van vijf benadrukte jamben per regel. Het rijm is eindrijm. Chaucer had de Franse en Italiaanse dichtkunst als voorbeeld. Hij was met ‘The Canterbury Tales’ een grote vernieuwer van de taal. Vroeger was het rijm immers altijd alliteratie geweest: nu werd het eindrijm.


DE TAAL EN HET VERHAAL

Wat taal betreft is ‘The Canterbury Tales’ lastig, zo niet onoverkomelijk. Je kunt de verhalen het beste in een moderne Engelse vertaling lezen.
De verhalen zijn wisselend van kwaliteit. Sommige verhalen zijn oubollig en melig, andere zijn schunnig, diep-religieus of spannend. Veel verhalen zijn humoristisch. Als je de verhalen gaat lezen, moet je zeker niet vergeten de proloog van een verhaal te lezen: zo’n proloog is heel vaak het meest persoonlijke van het hele verhaal.
Op basis van deze eigenschappen is ‘The Canterbury Tales’ een boek met een literair niveau C 6e en een taal-(ERK-)niveau C2.


Schrijfstijl:

Geoffrey Chaucer was een intelligent en ontwikkeld mens. Daarnaast was hij een harde werker. Hij schreef – met de hand – zijn verhalen en gedichten (en dat waren niet weinig). ‘The Canterbury Tales’ is een uniek en geniaal werk. Zelfs nu nog, nu het regelmatig onvolledig, vaak achterhaald en soms onbegrijpelijk is.
Het boek is een picture-frame-story, verhalen-in-een-verhaal (zoals de Italiaan Boccaccio ze eerder schreef in de ‘Decamerone’).





^ Terug naar boven

Het boek - het verhaal

Actie:

De bundel verhalen ‘The Canterbury Tales’ kent vrij weinig actie. Verhalen – vaak van eeuwen geleden –worden vrij neutraal verteld, met de nadruk op zeden en normen, op geloof en trouw.


Tijd:

‘The Canterbury Tales’ speelt zich af in de jaren 1000-1400. Een exacte tijd is niet aan te geven. Ook wanneer Chaucer verhalen vertelt uit de Griekse of Romeinse geschiedenis of mythologie, gooit hij er een christelijk sausje overheen. Dat was voor zijn luisteraar heel gewoon, de meeste mensen konden niet lezen: ze hadden geen weet van Bijbelse teksten of mythologische verhalen – ze luisterden naar de verhalen, in de kerk of ergens anders. De Griekse god Zeus werd heel gemakkelijke verwisseld met God, Jezus was net zo belangrijk als Herakles.


Plaats:

De setting van ‘The Canterbury Tales’ is meerdere plaatsen. Veel verhalen spelen in het oude Griekenland of Italië, maar er zijn ook Franse en Britse verhalen. Interessant is dat Chaucer veel verhalen naar zijn eigen tijd transporteert: Griekse edellieden wonen in kastelen, Italiaanse minnaars zijn trouwe kerkgangers, Romeinse heidense priesters leiden de (Rooms-Katholieke) eredienst. Daardoor is het boek een helder portret van de tijd van Chaucer: de late Middeleeuwen in Groot-Brittannië.


Verhaallijn:

Er zijn heel veel verschillende verhaallijnen in ‘The Canterbury Tales’.


Verteller:

‘The Canterbury Tales’ heeft meestal een auctoriale verteller. Elk verhaal heeft een andere verteller: een ridder, een molenaar, een priester, enzovoort. Chaucer zelf komt als ik-verteller ook aan het woord. Maar dat woord wordt hem al snel ontnomen door de beoordelaar van de kwaliteit van de verhalen, The Host: het verhaal van Chaucer is slaapverwekkend en hij wordt verzocht verder zijn mond te houden …





^ Terug naar boven

Het boek - de karakters

Hoofdkarakters:

De vertellers in ‘The Canterbury Tales’ zijn:
• ‘The General Prologue’: de ik-verteller, de dichter Geoffrey Chaucer. Hij is net als de pelgrims die met hem meereizen, op weg van een herberg in Londen naar Canterbury om daar een bezoek te brengen aan het graf van de heilige Thomas à Becket, een geestelijke die eeuwen eerder vermoord werd in de kathedraal van Canterbury;
• ‘The Knight’s Tale’: de ridder, de meest verheven edelman van de groep – en waarschijnlijk de meest aanzienlijke persoon van de hele groep. Omdat hij zo belangrijk is, vraagt de Host (de herbergier) hem om zijn verhaal als eerste te vertellen;
• ‘The Miller’s Tale’: de molenaar, een vrij onbetrouwbaar sujet, een man die bedriegt en oplicht wanneer het hem goeddunkt;
• ‘The Reeve’s Tale’: de bedrijfsleider van een landgoed. Een persoon die zich vaak verrijkte wanneer hij de huren van de boeren ophaalde, een onbetrouwbaar figuur;
• ‘The Cook’s Tale’: de kok;
• ‘The Man of Law’s Tale’: een rechtsgeleerde;
• ‘The Wife of Bath’s Tale’: een vrouw die het er van neemt in haar leven. Ze leeft op grote voet. Maar ook verslijt ze een vijftal echtgenoten;
• ‘The Friar’s Tale’: een lagere geestelijke, een ‘broeder’ van een kerkelijke broederschap;
• ‘The Summoner’s Tale’: een ambtenaar die – vaak in opdracht van de overheid, de adel of de kerk – een dagvaarding (‘a summons’) uitdeelde met de opdracht om naar een rechtszaak te komen (vaak als beklaagde). Van zo’n summons kreeg de summoner (veel) commissie;
• ‘The Clerk’s Tale’: een student, waarschijnlijk een student filosofie of godsdienst uit Oxford;
• ‘The Merchant’s Tale’: een koopman;
• ‘The Squire’s Tale’: de zoon van de ridder: een belangrijke edelman, een jongeman die nog maar kort ervaring heeft met adellijke zaken (zoals gevechten of toernooien);
• ‘The Franklin’s Tale’: een (kleine) landeigenaar. Hij is minder belangrijk dan een grootgrondbezitter, maar belangrijker dan een (keuter)boer;
• ‘The Physician’s Tale’: de dokter;
• ‘The Pardoner’s Tale’: letterlijk: een ‘vergever’. De pardoner is een geestelijke die – voor veel geld – aflaten verkoopt. Hij heeft kerkelijke brieven en relikwieën: de relikwieën laat hij zien (of hij verkoopt ze voor veel geld), de brieven verkoopt hij voor de kerk aan mensen die daarmee hun zonden (gedeeltelijk) vergeven weten (een ‘aflaat’). Het verkopen van ‘pardons’ was een gouden handel: de pardoner is dan ook een slinkse handelaar, een man die net zo lief dierenbotjes als houtsplinters verkoopt met het verhaal dat ze afkomstig zijn van martelaren of heiligen – of zelfs van het kruis van Jezus;
• ‘The Shipman’s Tale’: de schipper;
• ‘The Prioress’s Tale’: de moeder-overste (abdes of abdis) van een nonnenklooster;
• ‘Sir Topas’ Tale’: de ik-verteller: Chaucer. Zijn verhaal wordt al snel onderbroken;
• ‘The Tale of Malibee’: de ik-verteller: Chaucer. Zijn tweede verhaal wordt eveneens snel onderbroken;
• ‘The Monk’s Tale’: de monnik, een geestelijke die het grootste deel van zijn leven in een klooster woont (behalve wanneer hij, zoals nu, op pelgrimsreis gaat);
• ‘The Nun’s Priest’s Tale’: de priester van de non, een lagere geestelijke die de (hoger in rang staande) non begeleidt op haar reis. Het standsverschil had vaak te maken met afkomst van de geestelijke: een rijke zoon of dochter werd automatisch een hogere geestelijke dan het kind van een arbeider of boerenknecht;
• ‘The Second Nun’s Tale’: de tweede non. Misschien is de eerste non de vrouw die begeleid wordt door de priester;
• ‘The Canon’s Yeoman’s Tale’: de ‘yeoman’ is een knecht, maar het kan ook een schildknaap zijn. Hij is een bediende, maar dan van een hogere orde. Deze ‘yeoman’ begeleidt een ‘canon’, een geestelijke die bij een kathedraal hoort (een ‘kanunnik’);
• ‘The Manciple’s Tale’: een handelaar voor een rechtbank;
• ‘The Parson’s Tale’: de prediker, een lagere geestelijke die het gewone volk vertelt over God en de Bijbel.


Bijfiguren:

De belangrijkste karakters in de verhalen van ‘The Canterbury Tales’ zijn:
• ‘The General Prologue’: de pelgrims, de vertellers van de verhalen. Eén van de pelgrims is The Host, de herbergier van herberg ‘The Tabard’ in Londen waar de pelgrims logeren voordat ze aan hun tocht beginnen. The Host leidt de meeste verhalen in; hij is ook degene die moet bepalen welk verhaal het beste is (uiteindelijk wordt hier verder niets mee gedaan);
• ‘The Knight’s Tale’: de ridders Palamon en Arcite, Theseus, de hertog van Athene en prinses Emily;
• ‘The Miller’s Tale’: de timmerman John, zijn vrouw Alisoun, de studenten Nicholas en Absolon;
• ‘The Reeve’s Tale’: de molenaar Symkyn, zijn vrouw en hun dochter, Makyne, de studenten John en Aleyn;
• ‘The Cook’s Tale’: de gezel Perkyn;
• ‘The Man of Law’s Tale’: Custance, de dochter van de keizer van Rome en haar minnaars en belagers;
• ‘The Wife of Bath’s Tale’: King Arthur, Queen Guinevere, de ridder en een oude edelvrouw;
• ‘The Friar’s Tale’: de ‘summoner’, de weduwe, een ‘yeoman’ en een koetsier;
• ‘The Summoner’s Tale’: een ‘friar’, de burger Thomas en diens vrouw;
• ‘The Clerk’s Tale’: de Italiaanse markies Walter, zijn vrouw Griselda;
• ‘The Merchant’s Tale’: minnaars en hun vrienden met namen als Januarie, May, Damyan, Pluto en Prospertina;
• ‘The Squire’s Tale’: de Mongoolse vorst Genghis Khan, zijn zonen en dochter en de man die met de dochter wil trouwen;
• ‘The Franklin’s Tale’: de minnaars Arveragus en Dorigen, de jongeman Aurelius;
• ‘The Physician’s Tale’: Virgilius en zijn dochter Virginia, de rechter Appius, een boer, Claudius;
• ‘The Pardoner’s Tale’: drie jonge mannen en een oude man;
• ‘The Shipman’s Tale’: een koopman, zijn vrouw en een monnik;
• ‘The Prioress’s Tale’: een vrome jongen, Satan en de heilige Moeder Mary;
• ‘Sir Topas’ Tale’: Sir Topas, de ridder, Sir Olifaunt, de reus;
• ‘The Tale of Malibee’: de edelman Melibee, zijn vrouw Prudence en zijn dochter;
• ‘The Monk’s Tale’: historische, mythologische en Bijbelse figuren (zoals Lucifer, Adam, Nero, Julius Caesar);
• ‘The Nun’s Priest’s Tale’: Chauntecleer, de haan, en de vos;
• ‘The Second Nun’s Tale’: de heilige St. Cecilia;
• ‘The Canon’s Yeoman’s Tale’: twee ‘canons’, twee geestelijken die zich bezighouden met duivelse zaken;
• ‘The Manciple’s Tale’: een edelman Phoebus, zijn kraai en zijn vrouw;
• ‘The Parson’s Tale’: geen.





^ Terug naar boven

Het boek - verder


Film:

Verhalen uit ‘The Canterbury Tales’ zijn meerdere malen verfilmd.


Overig:

De volgorde van de verhalen van ‘The Canterbury Tales’ is wisselend. Dat kwam onder andere omdat het ‘boek’ pas veel later als ‘boek’ uitkwam. De hier aangegeven volgorde is volgens veel wetenschappers de meest voor de hand liggende.
‘The Canterbury Tales’ hebben eeuwen lang veel invloed gehad op allerlei kunstvormen: er werden bewerkingen van geschreven, verhalen werden in prozavorm herverteld, verhalen werden verfilmd of bewerkt voor het toneel.
In de popmuziek zijn er ook interessante interpretaties van ‘The Canterbury Tales’. De Canadese rapper Baba Brinkman heeft meerdere verhalen in het modern Engels gerapt (www.bababrinkman.com). De Britse singer-songwriter Sting maakte een album, ‘Ten Summoner’s Tales’ met songs die duidelijk geïnspireerd waren op teksten van Chaucer.




^ Terug naar boven

Auteur en Werken

Link naar pagina over auteur
-->Informatie over Geoffrey Chaucer .

Auteur:

Werken:




^ Terug naar boven

Meer

Leessuggesties:

Als je dit een mooi boek vond, zou je ook kunnen lezen:
A Midsummer Night’s Dream van William Shakespeare
The Once and Future King van T.H. White
The Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien


Citaat:
Lordings (quoth he), in churche when I preach,
I paine me to have an hautein speech,
And ring it out, as round as doth a bell,
For I know all by rote that I tell.
My theme is always one, and ever was;
Radix malorum est cupiditas.
First I pronounce whence that I come,
And then my bulles shew I all and some;
Our liege lorde's seal on my patent,
That shew I first, my body to warrent,
That no man be so hardy, priest nor clerk, of my person
Me to disturb of Christe's holy werk.
And after that then tell I forth my tales.
Bulles of popes, and of cardinales,
Of patriarchs, and of bishops I shew,
And in Latoun I speak a wordes few,
To savour with my predication,
And for to stir men to devotion
Then show I forth my longe crystal stones,
Y-crammed full of cloutes and of bones;
Relics they be, as weene they each one.
Then have I in Latoun a shoulder-bone
Which that was of a holy Jewe's sheep.
(het begin van ‘The Pardoner’s Tale’)

Vragen over het boek:

Analyseer de onderstaande verhalen:
1. ‘The Miller’s Tale’
2. ‘The Reeve’s Tale’
3. ‘The Wife of Bath’s Tale’
4. ‘The Pardoner’s Tale’





^ Terug naar boven

No Comments

Leave a reply